Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Heremietzanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Heremietzanger | Setophaga occidentalis

Hermit Warbler | Chipe cabeza amarilla

De heremietzanger is een grijs-witte zanger met een geheel gele kop en, bij het mannetje, een zwarte keel. Hij broedt in naaldbos aan de westkust van de Verenigde Staten en overwintert in het gidsgebied in het pijn-eikenbos en naaldbos van de bergen, van het westen van Mexico tot Nicaragua.

Heremietzanger (Setophaga occidentalis)
Foto: https://www.flickr.com/photos/37699157@N00 — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een hoge, zoemende reeks, ongeveer siedel siedel siedel ziet, die eindigt in een hogere of lagere toon; in het gidsgebied vooral in het voorjaar te horen. De roep is een vlak tip.

Luister: ZangXC748361

Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–14 cm. Kop geheel helder geel, bij het vrouwtje en jonge vogels met een olijfgroene of grijze waas op de kruin en achter de wang. Rug grijs met fijne donkere streepjes, twee witte vleugelstrepen. Het mannetje heeft een zwarte keel; bij het vrouwtje is de keel geel of wit met hooguit wat zwarte vlekken. Borst en buik wit, de flanken zonder of met slechts vage strepen.

Verwarrings­soorten

Townsends zanger Setophaga townsendi heeft een donkere wangvlek, een gele borst en zwarte strepen op de flanken; kruisingen tussen beide soorten, met tussenvormen in kop- en borsttekening, komen voor. De gele zwartkeelzanger Setophaga virens heeft een olijfgroene wangvlek, een olijfgroene rug en een gele waas bij de aars. De geelwangzanger Setophaga chrysoparia heeft een zwarte streep door het oog.

Leefgebied

In de winter pijn-eikenbos, naaldbos en de hogere delen van nevelwoud, vooral van ongeveer 1500 tot 3500 m. Zoekt hoog in de kronen van dennen en sparren naar insecten en reist mee in gemengde groepen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt in naaldbos van Washington tot het midden van Californië. Overwintert in de bergen van het westen en midden van Mexico, vanaf Sinaloa en Durango, zuidwaarts door Chiapas tot Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua; zeldzaam in Costa Rica. Een klein deel overwintert langs de kust van Californië. Op doortrek ook in het noordwesten van Mexico.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter in gemengde groepen in het naaldbos van de bergen, bijvoorbeeld in de hooglanden van Chiapas en Guatemala; de gele kop is in de kruinen van de dennen meestal het eerst te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen; de broedpopulatie lijkt ongeveer stabiel.

Wetenschappelijke naam

Setophaga occidentalis | (Townsend, 1837)

Townsend beschreef de soort in 1837 als Sylvia occidentalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Setophaga werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Setophaga is Grieks, van sēs, sētos 'mot' en -phagos 'etend': 'motteneter'. occidentalis is Latijn voor 'westelijk', naar het broedgebied in het westen van Noord-Amerika. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fort Vancouver, Washington.