Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Klapperral
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae
Klapperral | Rallus crepitans
Clapper Rail | Rascón crepitante
De klapperral is de grote, grijsbruine ral van de mangrove en de zoute kustmoerassen, met een lange, licht gebogen snavel. Hij dankt zijn naam aan de luide, klapperende roepreeksen die bij schemering en bij het wisselen van het getij door de mangrove rollen. In het gidsgebied leeft hij langs de kusten van het schiereiland Yucatán en Belize en plaatselijk aan de Golfkust van Mexico; aan de Pacifische kust wordt hij vervangen door verwante soorten.
Geluid
Een luide, droge, klapperende reeks kek-kek-kek-kek-kek of tsjak-tsjak-tsjak, die eerst versnelt en daarna vertraagt. Vaak roepen meerdere vogels kort na elkaar, zodat de roep zich door de mangrove voortplant; vooral in de schemering, 's nachts en bij wisseling van het getij.
Opname: Scott McConnell — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
32–41 cm, met een lange, slanke, iets naar beneden gebogen snavel, bruinachtig met een oranjegele basis van de ondersnavel. De bovendelen zijn grijsbruin met donkere veercentra en grijze randen, wat een vaag gestreept patroon geeft. Wang grijs, keel wit, een smalle witte wenkbrauwstreep. Hals en borst zijn vaal grijsbruin tot licht bruinachtig. Flanken en buik zijn grijs tot zwartachtig met witte dwarsbanden; de onderstaart is wit. De poten zijn grijsbruin tot dof oranje. De seksen zijn gelijk; het mannetje is iets groter. Jonge vogels zijn donkerder, met vagere flankbanden. Loopt met opgewipte, korte staart tussen de mangrovewortels en vliegt zelden.
Verwarringssoorten
De koningsral Rallus elegans, de zoetwatertegenhanger, is warmer gekleurd, met een roestbruine hals en borst, bruine wangen en scherper contrasterende bovendelen; in het gidsgebied is hij zeldzaam en alleen bekend uit Veracruz. De californische ral Rallus obsoletus in het noordwesten van Mexico en de grijze ral Rallus longirostris aan de Pacifische kust van El Salvador tot Costa Rica lijken sterk op de klapperral, maar komen niet samen met hem voor. De roodnekbosral Aramides axillaris, ook een vogel van de mangrove, is forser, met een roodbruine kop en hals en rode poten. De virginiaral Rallus limicola is veel kleiner, met een roodachtige snavel.
Leefgebied
Mangrove, zoute en brakke kustmoerassen, getijdenkreken en slikoevers, ook rond zoutpannen en lagunes met een mangroverand en op begroeide cays. Foerageert op modder en in ondiep water, vooral bij laagwater, op krabben, garnalen, weekdieren, insecten en kleine vissen. Het nest is een kom van plantenmateriaal in de mangrove of in dichte vegetatie, kort boven de vloedlijn.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Standvogel langs de noord- en oostkust van het schiereiland Yucatán, van Celestún en de kust van Campeche via Progreso en Río Lagartos tot Holbox en de kust van Quintana Roo, en langs de kust en op de cays van Belize, onder meer op Caye Caulker. Zuidelijk tot de mangrove van de Caribische kust van Guatemala bij Livingston. Daarnaast plaatselijk aan de Golfkust van Tamaulipas in het noordoosten van Mexico; uit Veracruz zijn er slechts enkele meldingen. Buiten het gidsgebied langs de Atlantische kust en de Golfkust van de Verenigde Staten, van Connecticut tot Texas, en in het Caribisch gebied van de Bahama's tot Guadeloupe.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Caye Caulker in Belize lopen de vogels geregeld over open grond langs de mangrove en de wegen bij het vliegveld. Op het schiereiland Yucatán bijvoorbeeld bij Celestún en Río Lagartos, bij laagwater aan de rand van de mangrove of vanaf een steiger langs een getijdenkreek. De roep verraadt de vogels veel vaker dan dat ze gezien worden.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. In het gidsgebied staat de soort plaatselijk onder druk door het kappen en opvullen van mangrove voor bebouwing en toerisme, vooral langs de kust van Quintana Roo en in Belize, en door vervuiling.
Wetenschappelijke naam
Rallus crepitans | Gmelin, 1789
Gmelin beschreef de soort in 1789 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Rallus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Rallus is de naam die Engelse vogelkundigen als Willughby en Albin al vóór Linnaeus voor de waterral gebruikten; de precieze herkomst van het woord is onzeker. crepitans is Latijn voor 'klepperend, ratelend', naar de luide, ratelende roep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Long Island, New York.



