Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Oeverfeetiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Oeverfeetiran | Empidonax difficilis

Western Flycatcher | Mosquero californiano

De oeverfeetiran is een geelachtige Empidonax van schaduwrijk bos in het westen van Noord-Amerika en de bergen van Mexico. Hij omvat de vroeger afzonderlijk behandelde vormen van de Pacifische kust en van de Rocky Mountains. In het gidsgebied broedt hij in de bergen van Mexico, terwijl vogels uit het noorden de winter in het westen en zuiden van Mexico doorbrengen.

Oeverfeetiran (Empidonax difficilis)
Foto: Empidonax_difficilis1.jpg: goingslo on Flickr derivative work: Berichard (talk) — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De kenmerkende roep van het mannetje is een oplopend suwiet of een tweedelig pit-piet, afhankelijk van de populatie. De zang bestaat uit drie hoge, dunne elementen, zoals psiet-ptsik-siet.

Luister: ZangXC1009895

Opname: Cin-Ty Lee — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm, met een ietwat puntige kruin. Bovendelen bruinig olijfgroen. Een opvallende witachtige oogring die achter het oog in een punt uitloopt (druppelvormig). Vleugels donker met twee bleek okerkleurige vleugelstrepen. Keel geelachtig, borst bruinig olijf gewassen, buik geel. Ondersnavel helder oranjegeel. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De gele feetiran Empidonax flavescens (zuidoosten van Mexico en zuidelijker) is kleiner en sterker okerkleurig op de borst. De berkenfeetiran Empidonax flaviventris (oosten van Mexico) is groener, met een ronde oogring en wittere vleugelstrepen. De dennenfeetiran Empidonax affinis is grijzer olijf, met een minder gele onderzijde. De blonde feetiran Empidonax fulvifrons is kleiner, met een warm okerbruine borst.

Leefgebied

Schaduwrijk, vochtig bos: dennen-eikenbos, naaldbos en loofbos in ravijnen en langs beken in de bergen. In de winter ook in uiteenlopende bossen in het laagland en heuvelland, waaronder droogbos en oeverbos. Bouwt het nest in een holte of op een richel van een rotswand, boomwortel of gebouw.

Verspreiding en trek

Broedt in Baja California en in de bergen van het noorden en midden van Mexico. In de winter ook in het laagland en heuvelland van het westen en zuiden van Mexico. Buiten het gidsgebied broedt hij in het westen van de Verenigde Staten en Canada en in het zuidoosten van Alaska.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de bergen van het noorden van Mexico het best te vinden in schaduwrijke ravijnen met water, waar het mannetje zijn oplopende roep geeft.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in een groot verspreidingsgebied.

Wetenschappelijke naam

Empidonax difficilis | Baird, 1858

Baird beschreef de soort in 1858 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Empidonax werd in 1855 ingevoerd door Cabanis. Empidonax is Grieks, van empis 'mug' en anax 'heerser': 'muggenkoning', naar de insectenjacht. difficilis is Latijn voor 'moeilijk', naar hoe lastig deze feetiran van verwante soorten te onderscheiden is. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fort Steilacoom, Washington.