Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Savannahgors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Savannahgors | Passerculus sandwichensis

Savannah Sparrow | Gorrión sabanero

De savannahgors is een kleine, gestreepte gors van open grasland, akkers en kwelders, met een gele vlek boven het oog. Hij is een van de talrijkste wintergasten in open terrein in Mexico en het noorden van Midden-Amerika. Daarnaast broeden verschillende standvogelvormen in het gidsgebied, waaronder grootsnavelige vogels van de kwelders rond de Golf van Californië.

Savannahgors (Passerculus sandwichensis)
Foto: Mykola Swarnyk — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een hoog, zoemend liedje: enkele korte tikken gevolgd door twee insectachtige trillers, als tsip tsip tsip tsiieeee tsaaay; van de standvogels het hele jaar te horen. De roep is een fijn, hoog tsiet.

Luister: ZangXC1138977

Opname: Greg Irving — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

11–15 cm. Klein, met een korte, gevorkte staart en een vrij kleine, spitse snavel. Kop met een lichte middenkruinstreep, een wenkbrauwstreep die voor het oog geel is, een donkere oogstreep en een lichte baardstreep met een donkere keelstreep. Bovendelen bruin met donkere strepen. Onderdelen wit met smalle donkere strepen op borst en flanken, vaak samenkomend in een vage vlek midden op de borst. Grote variatie tussen vormen: vogels van de kwelders in het noordwesten zijn donkerder en sterker gestreept, de vormen rond de Golf van Californië zijn bleek, nauwelijks geel en hebben een veel zwaardere snavel. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De avondgors Pooecetes gramineus is groter, heeft een witte oogring en witte buitenste staartpennen. Lincolns gors Melospiza lincolnii heeft een okerkleurige borstband met fijne strepen, een grijze wenkbrauwstreep en leeft meer in struikgewas. De zanggors Melospiza melodia is groter, met een langere, afgeronde staart, grovere strepen en geen geel. De sprinkhaangors Ammodramus savannarum heeft een ongestreepte borst en een platte kop met een grote snavel.

Leefgebied

Open grasland, halfwoestijngrasland, akkers, stoppelvelden, weiland en wegbermen; in het noordwesten ook kwelders en zoutmoeras, op de centrale hoogvlakte natte graslanden en bergweiden. Leeft in losse groepen, loopt en rent door laag gras en vliegt bij verstoring laag op, meestal naar een plek verderop in het gras of naar een hek.

Verspreiding en trek

Broedt in een groot deel van Noord-Amerika, van Alaska en Canada tot in het noorden van Mexico. Overwintert van de Verenigde Staten zuidelijk door heel Mexico tot in Guatemala, Belize en Honduras; schaars verder naar het zuiden. Standvogelvormen leven in de kwelders van Baja California en Sonora, langs de kust van de Golf van Californië, op de centrale hoogvlakte van Mexico en in de hooglanden van Guatemala.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter het best te vinden door langs een grazige wegberm of akkerrand te lopen; opvliegende kleine gorzen die laag wegvliegen en weer in het gras neerstrijken zijn vaak savannahgorzen, en de gele vlek boven het oog bevestigt de soort.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Zeer talrijk, maar in delen van Noord-Amerika in aantal afgenomen door verlies van grasland. Sommige standvogelvormen in het gidsgebied hebben een klein verspreidingsgebied en zijn kwetsbaar voor verlies van kwelders en natte graslanden.

Wetenschappelijke naam

Passerculus sandwichensis | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Emberiza sandwichensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Passerculus werd in 1838 ingevoerd door Bonaparte. Passerculus is Latijn voor 'musje', een verkleinwoord van passer 'mus'. sandwichensis verwijst naar Sandwich Sound in Alaska (genoemd naar de Earl of Sandwich), waar het eerste exemplaar tijdens Cooks derde reis werd verzameld; welke plek precies bedoeld is, verschilt per bron. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Unalaska, Alaska.