Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Gierzwaluwen › Vaux' gierzwaluw
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Vaux' gierzwaluw | Chaetura vauxi
Vaux's Swift | Vencejo de Vaux
De vaux' gierzwaluw is de meest verspreide kleine gierzwaluw van het gidsgebied, van het noorden van Mexico tot Panama. Het gaat om een reeks standvogelpopulaties die in kleur iets van elkaar verschillen, waaronder een donkere vorm in het zuiden van Mexico en Midden-Amerika en een lichte vorm op het schiereiland Yucatán. In de winter komen daar trekvogels uit het westen van Noord-Amerika bij. De soort is genoemd naar de Amerikaanse natuuronderzoeker William S. Vaux.
Geluid
Hoge, dunne, insectachtige tjilpjes en een snel, zoemend gekwetter, tsjip-tsjip-tsjiiiir, vaak in de vlucht en bij groepen die rond een slaapplaats cirkelen. Hoger en zachter dan de roep van de schoorsteengierzwaluw.
Opname: Elias Aristides Elias — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
11–12 cm. Een kleine, gedrongen gierzwaluw met een korte, stekelige staart en vleugels die in het midden verbreed zijn. De bovendelen zijn donker roetbruin, de stuit en bovenstaartdekveren iets lichter grijsbruin, zonder scherpe grens. De keel en borst zijn duidelijk lichter grijs dan de buik. Standvogels in het zuiden van Mexico en Midden-Amerika zijn donkerder, met weinig contrast; vogels van het schiereiland Yucatán zijn lichter, en vogels van het schiereiland Azuero in Panama hebben een vale, bruingele stuit. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De schoorsteengierzwaluw Chaetura pelagica, die in voor- en najaar doortrekt, is groter, met langere vleugels, een donkerder borst en een luidere roep; in het veld zijn de twee soorten vaak niet met zekerheid te scheiden. De costaricaanse gierzwaluw Chaetura fumosa en de witbandgierzwaluw Chaetura spinicaudus hebben een scherp afgegrensde lichte stuitband. De grijsstuitgierzwaluw Chaetura cinereiventris heeft een glanzend blauwzwarte rug, een brede, contrasterend grijze stuit en grijze onderdelen. De kortstaartgierzwaluw Chaetura brachyura in Panama heeft een nog kortere staart en een lichte onderstaart.
Leefgebied
Jaagt boven vrijwel alle beboste landschappen, van laaglandregenwoud en het seizoensbos van Yucatán tot nevelwoud en pijn-eikenbos in de bergen, en boven bosranden, open plekken, dorpen en steden, van zeeniveau tot ongeveer 2500 m. Jaagt in groepen op kleine vliegende insecten, vaak samen met zwaluwen en andere gierzwaluwen. Broedt en slaapt in holle bomen, en in het noorden van het gidsgebied ook in schoorstenen en andere holtes in gebouwen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het grootste deel van het gidsgebied. In Mexico aan de Golfkant van Tamaulipas zuidwaarts door Veracruz en Oaxaca, aan de Pacifische kant in het zuiden, op het schiereiland Yucatán en het eiland Cozumel; verder door Guatemala, Belize, El Salvador, Honduras, Nicaragua en Costa Rica naar het westen van Panama, met een aparte populatie op het schiereiland Azuero. In het oosten van Panama ontbreekt de soort grotendeels. Trekvogels uit het westen van Noord-Amerika overwinteren vooral in het westen en midden van Mexico, in kleiner aantal tot in Midden-Amerika. Buiten het gidsgebied broedt de soort van het zuidoosten van Alaska tot Californië, en verder in het noorden van Venezuela.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de Centraal-Amerikaanse bergen, bijvoorbeeld rond Monteverde, in de Centrale Vallei van Costa Rica en in de hooglanden van Guatemala, zijn groepjes vaak boven dorpen en bosranden te zien. In Mexico verzamelen trekvogels in de winter zich soms in grote groepen bij slaapplaatsen. Vooral in de doortrektijd is het verschil met de schoorsteengierzwaluw lastig; de hogere, zwakkere roep helpt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied en is in een groot deel van het gidsgebied algemeen. Het verdwijnen van oude bomen met holten kan plaatselijk het aantal broed- en slaapplaatsen beperken.
Wetenschappelijke naam
Chaetura vauxi | (Townsend, 1839)
Townsend beschreef de soort in 1839 als Cypcelus Vauxi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chaetura werd in 1826 ingevoerd door Stephens. Chaetura is Grieks, van khaitē 'haar, borstel' en oura 'staart', naar de stekelige uitstekende schachten van de staartpennen. vauxi eert de Amerikaanse mineraloog William Sansom Vaux (1811–1882) uit Philadelphia, een vriend van beschrijver John Kirk Townsend. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fort Vancouver aan de Columbia, Washington, VS.






