Alle soorten › Hoenderachtigen › Tandkwartels › Vlekbuikbobwhite

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae

Vlekbuikbobwhite | Colinus leucopogon

Spot-bellied Bobwhite | Colín gorjiblanco

De vlekbuikbobwhite is de bobwhite van de droge Pacifische kant van Midden-Amerika, van het zuidoosten van Guatemala tot het noordwesten van Costa Rica. Het is een kleine, gedrongen kwartel met een kort kuifje, die in groepjes door struikgewas, savanne en akkerranden loopt. De soort wordt soms als ondersoortgroep van de kuifbobwhite opgevat en komt buiten het gidsgebied niet voor.

Vlekbuikbobwhite (Colinus leucopogon)
Foto: Oliver Komar — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Het mannetje roept vooral in de broedtijd een opgaand, wat schor gefloten bob-wiet of bob-bob-wiet, vaak vanaf een paal of lage struik. Groepjes houden contact met zachte roepjes en roepen elkaar na verstoring weer bijeen met een fluitend koi-ie.

Luister: ZangXC541717

Opname: Oliver Komar — CC BY-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–24 cm; rond en kortstaartig, met een kort, spits kuifje. De bovendelen zijn bruin, met zwarte vlekjes in de nek en grijze en zwarte tekening op rug en vleugels. Het mannetje heeft een witte wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep; de keel is naar gelang de ondersoort wit of bruin. De onderdelen zijn licht tot roodbruin en dicht bezet met witte vlekken, vooral op de buik. Het mannetje varieert sterk van noord naar zuid: vogels in Guatemala en El Salvador hebben een witte keel en kop, die in Costa Rica een donkerder kop en een vollediger gevlekte onderkant. Het vrouwtje is doffer, met een okerkleurige wenkbrauwstreep en een gevlekte keel.

Verwarrings­soorten

De Virginiaanse boomkwartel Colinus virginianus leeft in het gidsgebied vooral in Mexico en Guatemala en heeft een geschubde of gestreepte onderkant zonder ronde witte vlekken. De zwartkeelboomkwartel Colinus nigrogularis van de pijnsavannen aan de Caribische kant van Honduras en Nicaragua heeft bij het mannetje een zwarte keel en een zwart-wit geschubde onderkant. De kuifbobwhite Colinus cristatus leeft verder zuidelijk, in Panama.

Leefgebied

Open savanne met struiken en verspreide bomen, droog struikgewas, open droogbos, braakland, weiland en akkerranden, van zeeniveau tot ongeveer 1500 m. Leeft in paren of groepjes op de grond en eet zaden, scheuten en insecten. Bij gevaar rent de groep weg of vliegt snorrend op en valt na korte afstand weer in.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Pacifische laaglanden en droge binnendalen van het zuidoosten van Guatemala, El Salvador, het grootste deel van Honduras, Nicaragua en het noordwesten van Costa Rica, vooral Guanacaste. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Guanacaste, bijvoorbeeld bij Palo Verde en Santa Rosa, en in het droge binnenland van Honduras en El Salvador, vroeg in de ochtend wanneer de mannetjes roepen. Groepjes steken vaak lopend zandwegen en paden over.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In open, agrarisch landschap plaatselijk algemeen; de soort profiteert deels van ontbossing, maar staat onder druk van jacht.

Wetenschappelijke naam

Colinus leucopogon | (Lesson, 1842)

Lesson beschreef de soort in 1842 als Ortyx leucopogon; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Colinus werd in 1820 ingevoerd door Goldfuss. Colinus gaat terug op het Nahuatl zōlin, 'kwartel'. leucopogon is Grieks, van leukos 'wit' en pōgōn 'baard', naar de witte keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit La Unión, El Salvador.