Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Zwaluwstaartmeeuw
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae
Zwaluwstaartmeeuw | Creagrus furcatus
Swallow-tailed Gull | Gaviota tijereta
De zwaluwstaartmeeuw broedt bijna uitsluitend op de Galápagoseilanden en is in het gidsgebied een dwaalgast, geen inheemse soort. Het is de enige meeuw ter wereld die vooral 's nachts op zee jaagt, op inktvissen en kleine vissen. De meeste gevallen hier komen van de zee voor de Pacifische kust van het zuiden van het gidsgebied.
Geluid
Buiten de kolonies meestal stil. Op de broedplaats een raspend, ratelend gekrijs en een klikkend geluid, dat vermoedelijk helpt bij de oriëntatie in het donker.
Opname: Eric DeFonso — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
55–60 cm, een slanke meeuw met lange, spitse vleugels en een diep gevorkte witte staart. Volwassen vogels in broedkleed hebben een donker leigrijze kap, een opvallende rode oogring rond een groot donker oog, een zwarte snavel met lichte punt en een witte vlek aan de snavelbasis; de poten zijn roze. Buiten de broedtijd is de kop wit met een donkere vlek rond het oog. De bovenvleugel is driekleurig: grijze mantel en dekveren, zwarte buitenste handpennen en een grote witte driehoek achter op de vleugel. Jonge vogels zijn op de bovendelen bruin geschubd en hebben een zwarte eindband op de staart.
Verwarringssoorten
De vorkstaartmeeuw Xema sabini heeft hetzelfde driekleurige vleugelpatroon, maar is veel kleiner, met een kleine zwarte snavel met gele punt, zonder rode oogring en met een minder diep gevorkte staart. De lachmeeuw Leucophaeus atricilla en de franklins meeuw Leucophaeus pipixcan hebben een zwarte kop, geen witte vleugeldriehoek en een rechte staart.
Leefgebied
Open oceaan, vaak ver uit de kust, en rotsige eilanden. Jaagt 's nachts vliegend en zwemmend op prooien die dan naar het wateroppervlak komen en rust overdag op zee of op kliffen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Een klein aantal gevallen in het gidsgebied, de meeste op zee voor de Pacifische kust van Costa Rica, onder meer rond het Cocoseiland, en in de Golf van Panama, met losse gevallen voor Guatemala en Mexico. Buiten het gidsgebied broedt de soort op de Galápagoseilanden en op het eiland Malpelo voor Colombia, en zwerft ze buiten de broedtijd naar de koude zee voor Ecuador en Peru.
Hoe en wanneer kijken
Pelagische tochten in het zuiden van het gidsgebied, en bezoeken aan het Cocoseiland, bieden de meeste kans. De grote rode oogring en de diep gevorkte staart zijn ook op afstand de beste kenmerken.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. De wereldpopulatie is klein en broedt vrijwel geheel op beschermde eilanden. In het gidsgebied een dwaalgast zonder vaste aanwezigheid.
Wetenschappelijke naam
Creagrus furcatus | (Néboux, A-S, 1842)
Néboux, A-S beschreef de soort in 1842 als Larus furcatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Creagrus werd in 1854 ingevoerd door Bonaparte. Creagrus is Grieks, van kreagra 'vleeshaak, vork', vermoedelijk naar de diep gevorkte staart. furcatus is Latijn voor 'gevorkt', naar de gevorkte staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Galápagoseilanden (oorspronkelijk abusievelijk Monterey Bay, Californië).


