Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Zwartkapvireo

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zwartkapvireo | Vireo atricapilla

Black-capped Vireo | Vireo gorra negra

De zwartkapvireo is een kleine vireo met bij het mannetje een glanzend zwarte kop en een opvallende witte bril. Hij broedt in laag eikenstruweel in het noordoosten van Mexico en overwintert aan de Pacifische kant van West-Mexico. De soort is gevoelig voor veranderingen in zijn broedgebied.

Zwartkapvireo (Vireo atricapilla)
Foto: Bettina Arrigoni — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een voortdurende, gehaaste reeks wisselende, schrapende en heldere frasen, onvermoeid herhaald. Roept met een raspend gekwetter.

Luister: ZangXC1091752

Opname: Sue Riffe — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm. Het mannetje heeft een zwarte kop met brede witte bril (teugel en oogring). Bij het vrouwtje is de kop leigrijs, bij jonge vogels grijsbruin. Oog rood bij volwassen vogels. Bovendelen olijfgroen, twee geelachtige vleugelstrepen. Onderdelen wit met olijfgele flanken.

Verwarrings­soorten

Geen andere vireo in het gidsgebied heeft een zwarte kop met witte bril. De witoogvireo Vireo griseus heeft een gele bril, een grijze nek en een wit oog. Bells vireo Vireo bellii heeft een vage bril en geen donkere kop.

Leefgebied

Broedt in laag, onregelmatig eikenstruweel en gemengd struikgewas op heuvels en hellingen, met open plekken tussen de struiken. Overwintert in droogbos, doornstruweel en struikrijke ravijnen. Zoekt insecten in het bladerdek van struiken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt in het noordoosten van Mexico, vooral in Coahuila, en in kleine aantallen in aangrenzende staten. Overwintert aan de Pacifische kant van West-Mexico, van Sinaloa zuidwaarts tot ongeveer Guerrero. Buiten het gidsgebied broedt hij in het midden en zuiden van Texas en in Oklahoma.

  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het mannetje zingt in de broedtijd vrijwel onafgebroken vanuit de struiken, wat het zoeken vergemakkelijkt. In de winter is hij onopvallend en lastig te vinden.

Staat van instandhouding

Gevoelig. Het broedgebied is klein en gaat achteruit door overbegrazing, het verdwijnen van open struweel en broedparasitisme van koevogels; in de Verenigde Staten is de soort dankzij beschermingsmaatregelen hersteld.

Wetenschappelijke naam

Vireo atricapilla | Woodhouse, 1852

Woodhouse beschreef de soort in 1852 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Vireo werd in 1808 ingevoerd door Vieillot. Vireo werd door Latijnse schrijvers gebruikt voor een kleine, groene trekvogel, waarschijnlijk de wielewaal; ook de groenling is voorgesteld. atricapilla is Latijn, van ater 'zwart' en capillus 'hoofdhaar', naar de zwarte kop van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Devils River bij Sonora, Texas (VS).