Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Aasgier
Aasgier | Neophron percnopterus
Egyptian Vulture | Alimoche común
De aasgier is de kleinste gier van het gebied, wit met zwarte slagpennen en een geel naakt gezicht. In het oude Egypte was hij zo gewoon dat hij als hiëroglief een klank van het alfabet voorstelde. Op Socotra en in Oman leeft hij nog in dichte standvogelpopulaties, terwijl trekvogels uit Europa en Turkije via Gibraltar, de Sinaï en Bab-el-Mandeb naar de Sahel trekken.
Geluid
Vrijwel altijd zwijgzaam. Bij nest en kadaver een hees grommen, sissen en een zacht, miauwend mjauw; jongen bedelen met een herhaald tsji-tsji.
Opname: Mischa Keijmel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
55–65 cm, spanwijdte 146–175 cm. Slanke, vuilwitte gier met zwarte slagpennen: in vlucht van onderen wit met een geheel zwarte achterrand van de vleugel en een witte, scherp wigvormige staart. Kop en keel naakt en geel tot oranjegeel, met een ruige, puntige manen van witte nekveren; dunne snavel met zwartige punt. Op de grond lopend met een wat wiegende gang. De jonge vogel is donker chocoladebruin met een grijs gezicht en wordt in vier tot vijf jaar geleidelijk lichter en vlekkerig. Vogels die in rode aarde baden, zijn roestig getint.
Verwarringssoorten
De witte volwassen vogel lijkt in vlucht hoog in de lucht op een ooievaar (Ciconia ciconia), die echter hals en poten gestrekt houdt en geen wigstaart heeft. Jonge vogels lijken op een zwarte wouw (Milvus migrans), die een gevorkte of recht afgesneden staart heeft, nooit een wig, en op een jonge lammergier (Gypaetus barbatus), die veel groter is met een lange, smalle staart. Een verre monniksgier (Aegypius monachus) heeft veel bredere vleugels en een korte staart. In Zuid-Arabië en de Sahel kan de kapgier (Necrosyrtes monachus) opduiken: donkerbruin met roze gezicht en een korte, afgeronde staart.
Leefgebied
Broedt op richels en in holten van rotswanden, kloven en wadi's, in Arabië ook op hoge gebouwen, masten en in bomen. Foerageert boven steppe, halfwoestijn en bergland met veeteelt en is talrijk bij vuilstorten, slachthuizen, vissershavens en dorpen; op Socotra en in Oman loopt hij tussen de huizen. Eet aas, afval, mest, eieren en kleine dieren, en breekt grote eieren met een steen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Broedvogel in Marokko (vooral in de Atlas en het noorden, sterk afgenomen), schaars in Algerije en Tunesië, in Egypte langs de Nijl, in de Oostelijke Woestijn en op de Sinaï, en in kleine aantallen in Israël, Jordanië, Syrië en Libanon. In Arabië wijdverspreid in de bergen van het westen en zuiden, in Oman (inclusief Masirah) en in het Hajargebergte van de Emiraten, met de hoogste dichtheid ter wereld op Socotra. Trekvogels passeren in groten getale bij Gibraltar en Jbel Moussa, over de Sinaï en Eilat en bij Bab-el-Mandeb. Verder van Iberië en de Balkan tot Centraal-Azië en India, en in de Sahel en Oost-Afrika.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Socotra en in Oman is hij bij elke vuilstort en vissershaven niet te missen. Trekvogels zie je het best in maart en in september – oktober boven Jbel Moussa bij de Straat van Gibraltar en in het voorjaar bij Eilat, vaak tussen zwarte wouwen en vale gieren.
Staat van instandhouding
Bedreigd. De soort is in enkele decennia in Europa, Noord-Afrika en de Levant sterk afgenomen door vergiftigd aas, diergeneesmiddelen in kadavers, elektrocutie op stroommasten, botsingen met windturbines en afschot langs de trekroutes. De standvogelpopulaties van Socotra en Oman behoren tot de belangrijkste van het hele areaal.
Wetenschappelijke naam
Neophron percnopterus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Vultur Perenopterus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Neophron werd in 1809 ingevoerd door De Savigny. Neophron is ontleend aan de Griekse mythologie: Neophron werd door Zeus in een gier veranderd. percnopterus is Grieks, van perknos 'blauwzwart' en pteron 'vleugel': 'zwartvleugelig', naar de zwarte slagpennen in de verder witte vleugel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Egypte.


