Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Goliathreiger

Goliathreiger | Ardea goliath

Goliath Heron | Garza goliat

De grootste reiger ter wereld, een reus van bijna anderhalve meter die in het gidsgebied vooral in de mangroven en op de eilandjes van de zuidelijke Rode Zee leeft. Hij is overal schaars, maar langs de kust van Zuidwest-Saoedi-Arabië en Jemen een vaste bewoner, en voor veel vogelaars een van de hoogtepunten van de Rode Zeekust.

Goliathreiger (Ardea goliath)
Foto: Hans Hillewaert — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een diep, luid, blaffend kowoork, tot op grote afstand hoorbaar, meestal bij opvliegen of bij verstoring; verder vrij stil.

Luister: RoepXC1083152

Opname: Jonathan Onongo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Enorm, met een lange, dikke hals, een zware, dolkvormige donkergrijze snavel en lange zwarte poten. Kop, achterhals en onderdelen zijn diep roestbruin tot kastanjebruin, de keel en voorhals wit met zwarte strepen, en de rug en vleugels leigrijs. Er is geen zwarte kruin. Jonge vogels zijn bleker en doffer roestbruin. In vlucht traag en zwaar, met zeer brede vleugels, de hals ingetrokken en de lange poten ver achter de staart; de ondervleugel is grijs met roestbruine dekveren.

Verwarrings­soorten

De purperreiger (Ardea purpurea) heeft een vergelijkbaar kleurpatroon, maar is veel kleiner en slanker, met een zwarte kruin en zwarte halsstrepen en gele poten. De blauwe reiger (Ardea cinerea) is kleiner en grijs-wit. Op afstand kan een rustende goliathreiger op een kraanvogel (Grus grus) of een ooievaar lijken, maar de vorm van snavel en hals verraadt hem snel.

Leefgebied

In het gidsgebied bijna uitsluitend aan de kust: mangroven, kreken, ondiepe lagunes, koraalrifplateaus en getijdenvlakten, en de kleine eilanden van de Rode Zee, waar hij ook broedt. Jaagt alleen, met eindeloos geduld in ondiep water op grote vissen. Zelden in het binnenland, dan bij stuwmeren of waterzuiveringen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Een kleine, vaste populatie leeft langs de Rode Zeekust van Zuidwest-Saoedi-Arabië, van de mangroven bij Al Lith en Amaq tot Jizan en de Farasan-eilanden, en van Jemen (de Tihama-kust en de eilanden voor de kust); hij broedt vooral op de eilandjes. In Egypte zeldzaam aan de zuidelijke Rode Zeekust, waar broeden is vastgesteld, en een schaarse gast in de Golf van Akaba en Sinaï. In Israël en Jordanië (Eilat, Akaba) een zeldzame dwaalgast; in Zuid-Irak broedde hij vroeger in de moerassen, maar recente broedgevallen ontbreken. Verder een zeldzame gast in Oman en de Emiraten. In het binnenland van Saoedi-Arabië slechts een enkel geval (Tabuk). Daarbuiten in Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal tot Ethiopië en Zuid-Afrika, met een kleine, teruglopende populatie in Iran en verspreide gevallen in Zuid-Azië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vaar of rij langs de mangroven van Zuidwest-Saoedi-Arabië, bij Al Lith, Amaq en Jizan, of bezoek de Farasan-eilanden: daar staan goliathreigers vaak roerloos aan de rand van de mangrove. Een telescoop is onmisbaar, want ze zijn schuw en houden afstand.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. Aan de Arabische kant van de Rode Zee lijkt de populatie stabiel of licht toenemend, maar ze is klein en afhankelijk van ongestoorde mangroven en eilanden, die bedreigd worden door kustontwikkeling, garnalenkwekerijen en verstoring. In Irak is hij als broedvogel vrijwel verdwenen.

Wetenschappelijke naam

Ardea goliath | Cretzschmar, 1829

Cretzschmar beschreef de soort in 1829 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ardea werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Ardea is het Latijnse woord voor 'reiger'. goliath verwijst naar Goliath, de bijbelse reus — naar het formaat van 's werelds grootste reiger. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Witte Nijl, Soedan.