Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Afrikaanse havik
Afrikaanse havik | Aerospiza tachiro
African Goshawk | Azor Tachiro
De Afrikaanse havik is de gewone havik van de bossen van oostelijk en zuidelijk Afrika, meestal verscholen in het bladerdak maar elke ochtend te horen tijdens zijn baltsvlucht: hoog boven het bos cirkelend, met om de paar seconden een droge klik. Hij jaagt op vogels tot de grootte van duiven, en daarnaast op knaagdieren, hagedissen en vleermuizen.
Geluid
In de baltsvlucht, vooral vroeg in de ochtend, een droge, korte klik krit of whit, elke twee tot drie seconden herhaald, lang volgehouden hoog boven het bos. Bij het nest een snel, luid kek-kek-kek.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
36–45 cm, spanwijdte 65–80 cm. Een compacte, kortvleugelige havik met een lange staart en gele poten en ogen. Het mannetje is van boven donker leigrijs, van onderen wit met dichte roodbruine dwarsbandering, die op de flanken tot een egale roestkleur kan samenvloeien; de grijze staart heeft twee of drie witte vlekken en donkere banden. Het vrouwtje is duidelijk groter, van boven bruiner en van onderen grover bruin gebandeerd. De washuid is grijs tot groengeel. Jonge vogels zijn van boven bruin, van onderen wit tot lichtbruin met grote donkere druppels en vlekken.
Verwarringssoorten
De Afrikaanse sperwer Accipiter rufiventris heeft een ongebandeerde, egaal roestbruine onderkant en leeft vooral in bergbos en plantages. De zwarte havik Astur melanoleucus is veel groter en zwart-wit. De Oost-Afrikaanse dwergsperwer Tachyspiza minulla is veel kleiner, met een witte stuitband en twee witte staartvlekken. De shikra Tachyspiza badia is lichter grijs, fijner gebandeerd en leeft in open bosveld. Jonge vogels lijken op de jonge Afrikaanse koekoekswouw Aviceda cuculoides, die langere vleugels, een kuifje en kortere poten heeft.
Leefgebied
Afromontaan bos, kust- en laaglandbos, oeverbos en dichte beboste kloven, ook exotische plantages, grote tuinen en parken met hoge bomen in steden als Durban, Pietermaritzburg en Harare. Jaagt vanuit een verborgen zitplaats in de schaduw. Het nest is een takkenhorst hoog in een boom, vaak dicht bij de stam, en wordt vaak met groen blad bekleed.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het oosten en zuiden van het gebied: in Zuid-Afrika van de zuidelijke West-Kaap langs de Tuinroute, de Oost-Kaap en KwaZoeloe-Natal tot Mpumalanga en Limpopo, verder in Eswatini, het oosten van Zimbabwe, Mozambique, Malawi, Zambia, Angola (vooral de westelijke escarpment en het noorden), en in oeverbos in het noorden van Botswana en de Caprivi-strook. Ontbreekt in het droge westen en op het boomloze hoogveld. Verder in Oost-Afrika tot Kenia en het zuiden van Somalië; de vogels van West- en Centraal-Afrika worden soms als aparte soort afgesplitst.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Loop vlak na zonsopkomst langs een bosrand en luister naar het droge klikken hoog in de lucht; de vogel zelf is dan vaak als een klein stipje te zien, cirkelend met snelle vleugelslagen afgewisseld met glijvluchten. In tuinen in Durban en in de bossen van de Tuinroute is hij regelmatig te zien, soms jagend op duiven bij voederplekken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; vrij algemeen in bos en bosrijke tuinen. Profiteert in Zuid-Afrika van plantages en stedelijk groen, maar het kappen van inheems bos in Mozambique, Malawi en Zambia vermindert plaatselijk het leefgebied.
Wetenschappelijke naam
Aerospiza tachiro | (Daudin, 1800)
Daudin beschreef de soort in 1800 als Falco tachiro; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Aerospiza werd in 1922 ingevoerd door Roberts. Aerospiza komt van het Griekse aēr, 'lucht', en spizias, 'havik'. tachiro is overgenomen van 'le Tachiro', een naam van François Levaillant, gevormd uit het Franse tache, 'vlek', en rond, 'rond' — naar de ronde vlekken op de onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Knysna, Kaapprovincie.


