Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Afrikaanse woudaap

Afrikaanse woudaap | Botaurus sturmii

Dwarf Bittern | Avetorillo Plomizo

De Afrikaanse woudaap is een kleine, donkere reiger die met de eerste zomerregens uit tropisch Afrika aankomt en dan in pas ondergelopen, beboste moerassen broedt. Anders dan de meeste woudapen zit hij vaak hoog in struiken en bomen boven het water.

Afrikaanse woudaap (Botaurus sturmii)
Foto: https://www.flickr.com/photos/lipkee — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. In de broedtijd een reeks diepe, blaffende of kwakende tonen, woe-woe-woe-woe, vooral in de schemering; bij verstoring een schor kwek.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

25–30 cm. Bovendelen egaal leigrijs tot blauwzwart, zonder vleugelvlak. De onderdelen zijn bleek geelbruin met brede, zwartbruine lengtestrepen van keel tot buik. Het oog is rood tot geel, de snavel donker met een groengele basis, de poten opvallend geel tot oranje. De seksen zijn gelijk; het vrouwtje is iets bruiner. Jonge vogels hebben lichte randen aan de veren van de bovendelen. In de vlucht een kleine, donkere reiger met effen grijze vleugels en uitstekende gele poten.

Verwarrings­soorten

Het woudaapje Botaurus minutus heeft een opvallend licht vleugelvlak dat in de vlucht en in zit contrasteert met de donkere mantel. De mangrovereiger Butorides striata is groter, met een zwarte kap, grijsgroene rug met lichte veerzomen en grijze onderdelen zonder zware strepen. Jonge zwarte reigers en jonge kwakken zijn groter en anders getekend.

Leefgebied

Tijdelijke en permanente moerassen, overstroomde bosjes, riviertjes en dammen met overhangende struiken en bomen, ook met rietkragen. Jaagt vaak zittend op een tak boven het water of klimt behendig door het struikgewas, en vangt vissen, kikkers, krabben en insecten. Het nest is een platform van takjes in een struik of boom boven het water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Een zomergast van het noorden en oosten van het gebied: Noord-Namibië (Kavango en Caprivi), Noord- en Oost-Botswana, Zimbabwe, Zambia, Malawi, Mozambique en Angola; in Zuid-Afrika vooral in Limpopo, het laagveld van Mpumalanga, Eswatini en KwaZoeloe-Natal, zeldzaam verder zuidelijk tot in de Oost-Kaap. Trekt in de droge tijd naar het noorden en overwintert (van mei tot oktober) in Centraal- en West-Afrika; broedt ook in delen daarvan.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Na goede regens in december en januari, bij pas ondergelopen poelen met struiken in het Krugerpark, het laagveld of Zululand. Zoek de takken boven het water af naar een smal, donker silhouet met gele poten; de vogel blijft vaak minutenlang onbeweeglijk zitten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en over het grote areaal algemeen, al is het voorkomen van jaar tot jaar grillig en afhankelijk van de regenval. Het verdwijnen van tijdelijke moerassen en beboste oevers door ontwatering en landbouw vermindert plaatselijk het broedgebied.

Wetenschappelijke naam

Botaurus sturmii | (Wagler, 1827)

Wagler beschreef de soort in 1827 als Ardea Sturmii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Botaurus werd in 1819 ingevoerd door Stephens. Botaurus is middeleeuws Latijn voor 'roerdomp'; het woord verbindt het Latijnse bos 'rund' met taurus 'stier', naar de loeiende roep (vergelijk butire 'boemen'). sturmii eert de Duitse vogelillustrator Johann Sturm, die Wagler het exemplaar bezorgde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegambia.