Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Aziatische grijze snip
Aziatische grijze snip | Limnodromus semipalmatus
Asian Dowitcher | Agujeta Asiática
De Aziatische grijze snip is een grote, gruttoachtige steltloper van de Oost-Aziatische trekroute, die broedt in Siberië, Mongolië en Mantsjoerije en overwintert van Zuidoost-Azië tot Noord-Australië. In zuidelijk Afrika is het een uiterst zeldzame dwaalgast, bekend van slechts een of enkele waarnemingen.
Geluid
Weinig bekend en buiten het broedgebied meest stil. Soms een zacht, klagend tjoe-ie of een kort blaffend kiauw in de vlucht.
Opname: Sébastien Provost - Birding Mont-Saint-Michel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
33–36 cm. Een grijze steltloper met het postuur van een kleine grutto, maar met een volkomen rechte, geheel zwarte snavel die aan de punt iets verdikt is. De poten zijn donkergrijs tot zwart. In het winterkleed grijsbruin met lichte veerzomen van boven, witachtig van onderen met een grijze borst en fijn gestreepte flanken, en een duidelijke lichte wenkbrauwstreep. In de vlucht een vage lichte vleugelstreep, een gebandeerde, witachtige stuit en onderrug, en een witachtige ondervleugel. In het zomerkleed zijn kop en onderzijde roestrood.
Verwarringssoorten
De rosse grutto Limosa lapponica is groter, heeft een opgewipte, tweekleurige snavel met roze basis en langere poten. De grutto Limosa limosa heeft een zwart-witte vleugel en staart. Het foerageergedrag is het beste onderscheid op afstand: de Aziatische grijze snip prikt als een naaimachine snel en herhaaldelijk verticaal in het slik, terwijl grutto's rustiger en dieper sonderen.
Leefgebied
Getijdenslikken, estuaria en kustlagunes, ook zoutpannen en natte weilanden dicht bij de kust. Foerageert vaak tot de buik in het water, tussen grutto's.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied een uiterst zeldzame dwaalgast met slechts een of enkele gedocumenteerde waarnemingen aan de kust. Broedt verspreid in Zuid-Siberië, Mongolië en Noordoost-China en overwintert vooral in Indonesië en Noord-Australië; elders in Oost-Afrika eveneens een uitzonderlijke dwaalgast.
Hoe en wanneer kijken
Let in estuaria op een 'grutto' met een recht, zwart snaveltje en een naaimachineachtige manier van foerageren. Fotografeer de snavel en de vleugel in de vlucht; details van snavelvorm en stuitpatroon zijn nodig om een waarneming aanvaard te krijgen.
Staat van instandhouding
Gevoelig. De soort gaat achteruit door het verlies van getijdengebieden rond de Gele Zee, de belangrijkste pleisterplaats op de trek, en door drooglegging van moerassen in het broedgebied. In zuidelijk Afrika zonder betekenis voor de bescherming.
Wetenschappelijke naam
Limnodromus semipalmatus | (Blyth, 1848)
Blyth beschreef de soort in 1848 als Macrorhamphus semipalmatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Limnodromus werd in 1833 ingevoerd door Wied-Neuwied. Limnodromus is Grieks, van limnē 'moeras' en -dromos '-loper'. semipalmatus is Latijn voor 'half gezwemvliesd', van semi, 'half', en palmatus, 'met zwemvliezen' — naar de kleine vliezen tussen de tenen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Calcutta (Kolkata), India.

