Alle soorten › Trogonachtigen › Trogons › Bandstaarttrogon
Bandstaarttrogon | Apaloderma vittatum
Bar-Tailed Trogon | Trogón Montano
De bandstaarttrogon is de trogon van de Afromontane nevelwouden: kleiner en donkerder dan de Narinatrogon, en in het gebied beperkt tot de hoogste bossen van Malawi, het aangrenzende noordoosten van Zambia en enkele geïsoleerde bergen in noordelijk Mozambique. Net als zijn verwant zit hij lang roerloos in het middenstuk van het bos.
Geluid
Een reeks van zes tot vijftien korte, keelachtige, iets blaffende tonen, kjauw-kjauw-kjauw ..., aanzwellend en versnellend, heel anders dan de zachte hoeptonen van de Narinatrogon. Het vrouwtje antwoordt soms met een zachtere versie. Bij onrust een droog ratelend tsjrrr.
Opname: isaac kilusu — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
27–30 cm. Het mannetje heeft een donkere, blauwzwart glanzende kop en keel die op de borst overgaan in metaalgroen, een karmijnrode buik en een donkergroene rug. Onder en achter het oog zitten kale, heldergele huidlapjes, en de gele snavel loopt door in een gele mondhoek. De onderzijde van de staart is fijn zwart-wit gebandeerd, wat vooral in zijaanzicht en bij het wegvliegen opvalt. Het vrouwtje heeft een bruinere kop en een roodbruin tot kaneelkleurige keel en borst die naar de rode buik vervaagt; haar staartonderzijde is eveneens gebandeerd. Jonge vogels zijn bruinig met lichte vlekken op de vleugeldekveren. Vliegt kort en golvend, en maakt uitvallen naar insecten vanaf een vaste tak.
Verwarringssoorten
De Narinatrogon Apaloderma narina is groter en lichter groen, heeft een egaal groene kop zonder gele huidlapjes en helderwitte buitenste staartpennen in plaats van een fijn gebandeerde staartonderzijde. In Malawi overlappen beide soorten in hoogteligging; boven ongeveer 1.500 m is de bandstaarttrogon verreweg het waarschijnlijkst. Het geluid is het snelste onderscheid.
Leefgebied
Vochtig Afromontaan bos en nevelwoud, meestal tussen 1.500 en 2.500 m, vooral in oude bosresten met veel mossen, lianen en dode stammen; foerageert in het middenstuk en de onderste kroonlaag op rupsen, sprinkhanen en andere insecten. Nestelt in een holte in een rottende stam of stomp.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen in de bergbossen van het noorden en oosten van Malawi (Nyika, Viphya, Dedza, Zomba, Mulanje en Thyolo), op het Zambiaanse deel van de Nyika en de Mafinga-bergen, en in noordelijk Mozambique op Mount Namuli, Mount Mabu, Mount Chiperone en de Njesi-hoogvlakte. Buiten het gebied in de bergbossen van Oost-Afrika van Tanzania tot Kenia, Oeganda en de Albertijnse Slenk, en geïsoleerd in Kameroen en op Bioko.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het bosreservaat Chelinda en de bosresten van Zovochipolo op de Nyika, of de bossen bij de Zomba-plateau-lodge, in de vroege ochtend van september tot december. Volg het blaffende geluid tot onder de roepende vogel en speur de horizontale takken af; het mannetje draait zich vaak om zodat alleen de donkere rug zichtbaar is.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In zuidelijk Afrika is het areaal echter klein en versnipperd, en de soort hangt af van de laatste bergbosresten, die door kap, uitbreiding van landbouw en branden krimpen. Vooral de kleine populaties op de Mozambikaanse bergen, zoals op Mount Namuli, zijn kwetsbaar.
Wetenschappelijke naam
Apaloderma vittatum | Shelley, 1882
Shelley beschreef de soort in 1882 als Hapaloderma vittatum; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Apaloderma werd in 1833 ingevoerd door Swainson. Apaloderma komt van het Griekse apalos, 'zacht, teder', en derma, 'huid' — naar de opvallend dunne, kwetsbare huid van trogons, die bij het vasthouden makkelijk scheurt. vittatum is Latijn voor 'gebandeerd, met linten' — naar de fijn gebandeerde staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mamboio, Tanzania.
