Alle soorten › Scharrelaarachtigen › Bijeneters › Blauwborstbijeneter

Blauwborstbijeneter | Merops variegatus

Blue-Breasted Bee-Eater | Abejaruco Variegado

De blauwborstbijeneter lijkt op een uitvergrote dwergbijeneter met een witte wangvlek en een donkerblauwe borstband. Het is een bijeneter van natte graslanden, moerasranden en papyrus, die in het gebied alleen in Zambia en Angola voorkomt.

Blauwborstbijeneter (Merops variegatus)
Foto: Fabrice Stoger — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, hoog tsip of sip-sip, en bij paren een kort, trillend getjilp. Als bij de dwergbijeneter onopvallend en makkelijk te missen tussen de geluiden van het moeras.

Luister: RoepXC585220

Opname: Dries Van de Loock — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 19 cm, met een rechte, licht ingekeepte staart zonder verlengde pennen. Bovendelen grasgroen, keel geel, onder de zwarte oogstreep een opvallende witte wangvlek. Onder de keel een brede, glanzend blauwzwarte tot paarsblauwe borstband, daaronder een kaneelbruine borst die naar de buik lichter wordt. Bij de zuidelijke vorm, die in het gebied voorkomt, loopt een smalle blauwe streep boven de oogstreep. In vlucht kaneelkleurige slagpennen met een zwarte achterrand en een roestbruine staart met zwarte eindband. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels missen de borstband en hebben een groenige borst.

Verwarrings­soorten

De dwergbijeneter (Merops pusillus) is kleiner, mist de witte wangvlek en heeft een smallere, zwarte in plaats van blauwzwarte halsband; de twee komen samen voor, maar de dwergbijeneter zit meestal droger. De zwaluwstaartbijeneter (Merops hirundineus) heeft een gevorkte blauwe staart en een smalle blauwe halsband.

Leefgebied

Natte graslanden, overstromingsvlakten, dambo's, randen van papyrus- en rietmoerassen en grazige meeroevers, meestal in de buurt van open water. Jaagt vanaf een rietstengel, een lage struik of een grashalm op kleine vliegende insecten. Nestelt in een gang in een lage oever of in een termietenheuvel.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in Zambia en Angola: in Zambia vooral in de moerassen en vlakten van het noorden en westen (Bangweulu, Mweru Wantipa, de Luapula en de Bovenzambezi); in Angola in het noorden en oosten en op de centrale hoogvlakte. Verder door Centraal-Afrika van Kameroen en Gabon via Congo-Kinshasa tot in Oeganda, het westen van Kenia en het noordwesten van Tanzania.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De Bangweulumoerassen in Noord-Zambia, waar hij in de graslanden rond de papyrusranden zit, samen met dwergbijeneters. Zoek de hoogste stengels boven het gras af; de witte wangvlek en de donkere borstband zijn in goed licht direct te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in geschikt leefgebied vrij algemeen. Plaatselijk kwetsbaar voor het droogleggen en afbranden van moerasranden en de omzetting van dambo's in akkers.

Wetenschappelijke naam

Merops variegatus | Vieillot, 1817

Vieillot beschreef de soort in 1817 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Merops werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Merops is Grieks en betekent 'bijeneter'. variegatus is Latijn voor 'bont, veelkleurig' — naar het kleurrijke verenkleed met groen, blauw, geel en kastanjebruin. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Malembo, Cabinda (Angola).