Alle soorten › Zangvogels › Boszangers › Boultons boszanger
Boultons boszanger | Phylloscopus laurae
Laura's Woodland Warbler | Mosquitero de Laura
Boultons boszanger is een kleine, felgekleurde bladzanger van het miombo en het galerijbos van Zambia en Angola. Hij is een typisch lid van de gemengde groepen in het bladerdak van het miombo en voor bezoekers van het noordwesten van Zambia een van de gezochte soorten van de regio.
Geluid
De zang is een snelle, hoge reeks heldere tonen die versnelt en afzakt, tsie-tsie-tsie-tsu-tsu-tsurrr, vaak met een korte triller aan het eind; in aard vergelijkbaar met de roodkapboszanger maar vrijer en wisselender. De roep is een zacht tswie of een droog tik, vaak uit een gemengde groep.
Opname: Dries Van de Loock — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
10–11 cm, compact, met korte, ronde vleugels en een korte staart. De bovendelen zijn helder geelgroen, de kruin iets grijzer olijfgroen, zonder roodbruin. Een lange, gele wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep tekenen de kop. Keel en borst zijn helder geel, de buik is witachtig tot lichtgeel en de onderstaartdekveren zijn geel. Vleugels en staart zijn groen gerand. De snavel is fijn en donker met een lichte ondersnavel, de poten zijn lichtbruin. Vogels van het noorden en noordoosten van Zambia (ondersoort eustacei) zijn geler van onderen dan die van het noordwesten en Angola. De seksen zijn gelijk. Rusteloos, fladdert en hangt aan de buitenste twijgen en wipt met de vleugels.
Verwarringssoorten
De roodkapboszanger Phylloscopus ruficapilla heeft een roodbruine kruin en wangen en leeft in bergbos; in Zambia alleen op het Nyika-plateau en in de Mafinga-bergen. De fitis Phylloscopus trochilus, van november tot april talrijk in hetzelfde miombo, is bleker en minder contrastrijk, heeft een langere staart, langere vleugels met een duidelijke handpenprojectie, een lichte, niet gele wenkbrauwstreep en een tweelettergrepige roep. De groenkaperemomela Eremomela scotops leeft in groepjes in hetzelfde miombo, maar heeft een grijze wang, een gele buik, een lichte iris en een korte staart. De geelbuikhyliota Hyliota flavigaster en de Mashonahyliota Hyliota australis hebben een donkere bovenzijde met een witte vleugelstreep.
Leefgebied
Hoog, volgroeid miombo met gesloten kronen, en de randen en open delen van galerijbos en vochtig bosje (mushitu) langs beken; in Angola ook bosranden en struikgewas rond bergbos op het centrale hoogland. Foerageert in het bladerdak, vaak in gemengde groepen met eremomela's, hyliota's, vliegenvangers en mezen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied in Zambia, van het noordwesten (Mwinilunga en de omgeving van de bron van de Zambezi) via de Copperbelt tot het noorden en de Muchinga-provincie (onder meer Mutinondo en Shiwa Ng'andu), en in Angola op het centrale hoogland (de berg Moco en de Namba-bergen) en in het noordoosten (de Lunda-provincies). Daarbuiten in het zuiden van Congo-Kinshasa (Katanga en Kasai) en zeer plaatselijk in het uiterste zuidwesten van Tanzania.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Jaarrond. Zoek de soort in de ochtend in hoog miombo en bij galerijbos in het noordwesten van Zambia, bijvoorbeeld rond Mwinilunga en de bron van de Zambezi, of in Mutinondo Wilderness. Het gemakkelijkst te vinden door gemengde groepen te volgen; van mei tot oktober, wanneer de fitis ontbreekt, is een kleine, felgele bladzanger met ronde vleugels in het miombo vrijwel zeker deze soort.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd en in geschikt miombo vrij algemeen, maar met een beperkt areaal. De voornaamste bedreiging is de voortgaande kap van miombo voor houtskool en akkerbouw en het verdwijnen van galerijbos langs beken, vooral in de Copperbelt.
Wetenschappelijke naam
Phylloscopus laurae | (Boulton, 1931)
Boulton beschreef de soort in 1931 als Seicercus laurae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phylloscopus werd in 1826 ingevoerd door Boie. Phylloscopus is Grieks, van phullon 'blad' en skopos 'speurder', van skopeō 'kijken': de vogel die de bladeren afzoekt. laurae eert de Amerikaanse etnomusicologe Laura Boulton (1899–1980), echtgenote van de ornitholoog Rudyerd Boulton die de soort beschreef. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mount Moco, Angola.

