Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers en tapuiten › Bruinrugwaaierstaart

Bruinrugwaaierstaart | Cercotrichas hartlaubi

Brown-Backed Scrub Robin | Alzacola de Hartlaub

De bruinrugwaaierstaart is een waaierstaart van bosranden en ruige, vochtige savanne in Centraal-Afrika, die binnen het gebied alleen in Angola voorkomt. Hij lijkt sterk op de witbrauwwaaierstaart, maar heeft een effen warmbruine rug en een vrijwel ongestreepte borst.

Bruinrugwaaierstaart (Cercotrichas hartlaubi)
Foto: Rene Nieuwenkamp — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De zang is een luide, herhaalde reeks korte, heldere fluitfrasen, vergelijkbaar met die van de witbrauwwaaierstaart maar gevarieerder, vaak vanaf een lage tak in dekking. De alarmroep is een droog, ratelend tsjrrr.

Luister: ZangXC1103195

Opname: Jaap van der Waarde — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Een waaierstaart van 15 cm. De bovendelen zijn effen warm donkerbruin, de stuit roodbruin. De staart is donker met een roodbruine basis en witte toppen aan de buitenste pennen. Een witte wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep tekenen de kop; de keel is wit, de rest van de onderzijde vuilwit met bruingrijze borst en flanken en hooguit een vage streping. Op de vleugel een witte streep of vlek op de dekveren. De seksen zijn gelijk. Leeft laag in dicht struikgewas, wipt en waaiert met de staart en laat de vleugels hangen.

Verwarrings­soorten

De witbrauwwaaierstaart (Cercotrichas leucophrys) komt in Angola op dezelfde hoogvlakten voor; hij heeft een grijzere of roodbruine rug, twee duidelijke witte vleugelstrepen en een sterker gestreepte borst, en zit vaker in open savanne met losse struiken. De baardwaaierstaart (Tychaedon barbata) van miombo heeft oranje flanken en een zwart-witte baardstreep en geen witte vleugeltekening. Let bij twijfel op de effen rug en het habitat van bosrand en ruigte.

Leefgebied

Randen van woud en galerijbos, verruigde open plekken, struikgewas in vochtige savanne, verlaten akkers en ruigte langs wegen en dorpen. Foerageert op de grond en in de onderste laag van het struikgewas op insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen in Angola, in het noorden en westen van het land, vooral op de noordelijke plateaus en de westelijke escarpementzone. Daarbuiten van Nigeria en Kameroen oostwaarts via de Centraal-Afrikaanse Republiek en Congo-Kinshasa naar Oeganda, Rwanda, Burundi, het westen van Kenia en het noordwesten van Tanzania.

Hoe en wanneer kijken

Loop in de vroege ochtend langs bosranden en ruige tuinen in het noorden van Angola en luister naar de herhaalde fluitfrasen uit het struikgewas. Een waaierstaart met een effen bruine rug, zonder duidelijke vleugelstrepen en met een schone borst is hier deze soort. De vogel komt vaak even op een open pad of wegrand om te foerageren.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is wijd verbreid in Centraal- en Oost-Afrika en profiteert van secundaire ruigte langs bosranden en in verlaten landbouwgrond. In Angola is ze slecht onderzocht; aantallen en verspreiding zijn daar onvoldoende bekend.

Wetenschappelijke naam

Cercotrichas hartlaubi | (Reichenow, 1891)

Reichenow beschreef de soort in 1891 als Erythropygia hartlaubi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cercotrichas werd in 1831 ingevoerd door Boie. Cercotrichas is Grieks, van kerkos 'staart' en trikhas 'lijster'. hartlaubi eert de Duitse arts en ornitholoog Gustav Hartlaub (1814–1900), groot kenner van de Afrikaanse vogels. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mutsora, bij de Ruwenzori, DR Congo.