Alle soorten › Zangvogels › Graszangers › Chirinda-apalis
Chirinda-apalis | Apalis chirindensis
Chirinda Apalis | Apalis del Chirinda
De Chirinda-apalis is een effen grijze, langstaartige apalis van het bergbos op de grens van Zimbabwe en Mozambique. Hij heeft geen borstband of andere tekening, afgezien van witte staartpunten, en is endemisch voor de Oostelijke Hooglanden en de Gorongosa. Door snelle ontbossing staat hij sinds 2022 als kwetsbaar te boek.
Geluid
Een herhaalde reeks scherpe, tjilpende tonen, tsjpip-tsjipip of swiek-swiek-swiek, vaak lang volgehouden vanuit het bladerdak; paren beantwoorden elkaar in duet. Contactroep een zacht tsip.
Opname: Mark Harper — CC BY-NC-SA 3.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
12–13 cm, slank met een lange, getrapte staart. Van boven egaal donkergrijs, van onderen lichter grijs, zonder borstband, wenkbrauwstreep of keeltekening. De staartpennen hebben witte punten die vooral van onderen en bij het spreiden van de staart opvallen. De snavel is bij het mannetje zwart, bij het vrouwtje met een lichtere basis. Er zijn twee ondersoorten: de nominaatvorm van Chirinda en de Gorongosa is donkerder grijs, vumbae van de noordelijkere hooglanden lichter grijs, met grotere witte staartpunten en een lichtere bovensnavel. Beweegt rustig door het blad, de staart vaak iets opgewipt.
Verwarringssoorten
De halsbandapalis Apalis thoracica in hetzelfde bos heeft een zwarte borstband, een witte keel en een groenige of grijze rug. De Tanzania-apalis Apalis melanocephala van lager gelegen bos heeft een zwarte kop en een witte onderzijde. Roberts' prinia Oreophilais robertsi is ook grijs met een lange staart, maar leeft laag in struweel en varens aan bosranden, heeft een opvallend lichte iris en trekt in luidruchtige groepjes rond. De mekkercamaroptera Camaroptera brachyura heeft een korte staart en groene vleugels. Een geheel grijze apalis zonder tekening hoog in het bladerdak is in dit gebied altijd de Chirinda-apalis.
Leefgebied
De middelste etage en het bladerdak van groenblijvend bergbos, ook dicht oeverbos en struweel aan bosranden, van ongeveer 1200 tot 2200 meter. Foerageert in paren of in gemengde groepen met andere zangers op insecten in het blad, dikwijls hoog in de kronen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Endemisch voor het oosten van het gebied: in Zimbabwe in de Oostelijke Hooglanden, van Nyanga via de Bvumba tot de Chimanimani-bergen en het Chirinda-bos, en in het aangrenzende Mozambique in de Chimanimani-bergen en op de Gorongosa-berg. Nergens anders ter wereld.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Jaarrond; het Chirinda-bos bij Mount Selinda, het Bunga-bos in de Bvumba en de bossen van Haroni-Rusitu zijn goede plekken. Volg de tjilpende reeks naar boven en wacht tot de vogel in een opening verschijnt; de witte staartpunten bij het spreiden en het ontbreken van elke andere tekening zijn het bewijs.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (2022). De populatie neemt snel af door verlies van bergbos: in het verspreidingsgebied verdween in het decennium voor 2022 naar schatting ongeveer een derde van de boombedekking, door kap, landbouw, plantages en branden. De soort is afhankelijk van de bescherming van de resterende bossen in de Zimbabwaanse hooglanden en op de Gorongosa.
Wetenschappelijke naam
Apalis chirindensis | Shelley, 1906
Shelley beschreef de soort in 1906 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Apalis werd in 1833 ingevoerd door Swainson. Apalis komt van het Griekse hapalos, 'teer, sierlijk' — naar deze slanke, fijn gebouwde zangertjes. chirindensis verwijst naar het Chirindawoud in Oost-Zimbabwe, waar de soort werd ontdekt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Chirindawoud, Oost-Zimbabwe.
