Alle soorten › Trapachtigen › Trappen › Denhams trap
Denhams trap | Neotis denhami
Denham's Bustard | Avutarda Cafre
De Denhams trap is een grote trap van open grasland met een lichtgrijze hals, een roestrode achterhals en een zwart-witte kopstreep. Baltsende mannetjes veranderen in een witte ballon: de hals wordt opgeblazen en de onderstaartdekveren worden als een wit vaandel omhoog gezet.
Geluid
Grotendeels stil. Bij de balts een laag, dof woemp, nauwelijks hoorbaar op afstand; verder zachte kwakende geluiden tussen vogels.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
Sterk verschillend tussen de geslachten: mannetjes 100 tot 116 cm en 9 tot 10 kg, vrouwtjes 80 tot 87 cm en 3 tot 4 kg. Voorhals en borst lichtgrijs, achterhals helder roestrood. De kruin is zwart met een witte middenstreep en een witte wenkbrauwstreep eronder. De bovendelen zijn bruin, fijn gevlekt; de vleugeldekveren zijn opvallend zwart en wit, wat ook zittend als een contrastrijk veld zichtbaar is. De buik is wit en de poten zijn lang en bleekgeel. In vlucht grote witte vlakken op de vleugel.
Verwarringssoorten
De Ludwigs trap (Neotis ludwigii) heeft een donkere bruingrijze voorhals, geen witte kopstrepen en minder zwart-wit in de vleugel; hij leeft in drogere Karoo. De koritrap (Ardeotis kori) is groter, met een fijn gebandeerde grijze hals zonder roestrood en een zwarte kuif, en mist de witte kopstrepen.
Leefgebied
Open grasland en graslandplateaus op hoogte, bergweiden, renosterveld en de akkers en weiden in de Overberg, vaak op licht glooiend terrein met goed uitzicht. Foerageert op insecten, vooral sprinkhanen en kevers, verder op kleine gewervelden, bloemen en zaden. Verschijnt graag op pas afgebrande velden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied vooral in Zuid-Afrika: de graslanden van de Oost-Kaap, KwaZulu-Natal, de oostelijke Vrijstaat en Mpumalanga, verder in Lesotho en Eswatini, en een afzonderlijke populatie in de akkergebieden van de West-Kaap. Daarnaast plaatselijk in de hooglanden van Angola, Zambia en Malawi (Nyika). Buiten het gebied verspreid over de savannegordel van West- en Oost-Afrika tot Ethiopië en het zuidwesten van Arabië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De Overberg rond Bredasdorp en De Hoop en de hoge graslanden rond Wakkerstroom en Dullstroom bieden de beste kansen. Rijd langzaam en zoek naar een grijze hals die boven het gras uitsteekt. De balts van het mannetje, als een witte bal op een heuveltop, is van september tot december te zien.
Staat van instandhouding
Gevoelig. De aantallen dalen door verlies van grasland aan landbouw en bosbouw, door botsingen met hoogspanningsleidingen en hekken en door jacht, vooral buiten Zuid-Afrika. De West-Kaappopulatie profiteert van de omzetting van renosterveld in graanakkers en weiden en is daar opvallend stabiel.
Wetenschappelijke naam
Neotis denhami | (Children & Vigors, 1826)
Children & Vigors beschreef de soort in 1826 als Otis Denhami; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Neotis werd in 1893 ingevoerd door Sharpe. Neotis komt van het Griekse neos, 'nieuw', en ōtis, 'trap' — een 'nieuwe trap', afgesplitst van het oude geslacht Otis. denhami eert de Engelse ontdekkingsreiziger Dixon Denham (1786–1828), die het gebied rond het Tsjaadmeer verkende. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Omgeving van het Tsjaadmeer.


