Alle soorten › Zangvogels › Batissen en lelogen › Donkere kortstaartvliegenvanger

Donkere kortstaartvliegenvanger | Batis crypta

Dark Batis | Batis de Iringa

De donkere kortstaartvliegenvanger werd pas in 2006 beschreven, afgesplitst van de kortstaartvliegenvanger van Kenia en Noord-Tanzania. Het is een kleine, donkere batis met een korte staart en een rood oog, die leeft in het bergbos van de Eastern Arc en het zuidelijke hoogland van Tanzania. Het gebied raakt hij alleen in het uiterste noorden van Malawi en Mozambique.

Donkere kortstaartvliegenvanger (Batis crypta)
Foto: desertnaturalist — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks van twee of drie zuivere, dalende fluittonen, hoe-hoe-hoe, lang herhaald vanuit het gebladerte, en droge, tjirpende tsjip-roepen. Bij onraad een raspend tsjrr-tsjrr en hoorbaar vleugelgeklapper.

Luister: ZangXC794130

Opname: isaac kilusu — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Het mannetje heeft een donker leigrijze kruin en rug, een zwart masker met hooguit een korte, vage witte wenkbrauwstreep, een witte vleugelstreep en een brede zwarte borstband op een verder witte onderzijde met grijs gewassen flanken. Het vrouwtje is bruiner van boven, met een roestbruine vleugelstreep, een roestkleurige kinvlek en een roestbruine borstband. Beide seksen hebben een helderrood oog en een korte staart, wat een gedrongen silhouet geeft. Hij foerageert in de onderste en middelste etages van het bos, vaak in gemengde groepen.

Verwarrings­soorten

De bruinflankvliegenvanger Batis capensis, die in de bergbossen van Malawi voorkomt, heeft een langere staart, roestbruine flanken en bij het mannetje een roestbruine vleugelstreep. De kortstaartvliegenvanger Batis mixta van Kenia en Noord-Tanzania is vrijwel gelijk maar lichter grijs van boven, en het vrouwtje heeft een lichtere, meer oranjebruine borst; de twee worden vooral op verspreiding gescheiden. De witflankvliegenvanger Batis molitor is lichter grijs, met een geel oog en een duidelijke witte wenkbrauwstreep, en leeft in open bosveld.

Leefgebied

Vochtig groenblijvend bergbos en bosranden, grofweg tussen 900 en 2100 m, met de hoogste dichtheden rond 1500 m. Jaagt in de onderste en middelste etages op kleine insecten, die hij van bladeren en takjes pikt of in korte vluchtjes vangt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen aan de zuidrand van zijn verspreiding: de Misukuheuvels in het uiterste noorden van Malawi en het Njesiplateau in het noorden van Mozambique. Daarbuiten van de Ukaguru- en Ulugurubergen in centraal Tanzania door de zuidelijke Eastern Arc en het zuidelijke hoogland van Tanzania.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond. Het Mughessebos in de Misukuheuvels is de meest haalbare plek in het gebied. Luister in de vroege ochtend naar de fluitreeks en zoek in de middelste etage langs de bosrand; de vogel sluit zich vaak aan bij gemengde groepen van bosvogels.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; binnen zijn beperkte verspreiding plaatselijk algemeen. In Malawi en Mozambique is het leefgebied klein en versnipperd en staat het onder druk van kap, akkerbouw en brand; het voortbestaan hier hangt af van de bescherming van de laatste bergbosjes.

Wetenschappelijke naam

Batis crypta | Fjeldså, Bowie & Kiure, 2006

Fjeldså, Bowie & Kiure beschreef de soort in 2006 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Batis werd in 1833 ingevoerd door Boie. Batis is een Grieks woord voor een niet te identificeren, wormen etende vogel die Aristoteles noemt; Boie gaf de naam in 1833 aan deze kleine Afrikaanse vliegenvangers. crypta komt van het Griekse kruptos, 'verborgen' — deze soort ging lang schuil onder de bosvliegenvanger en werd pas in 2006 als aparte soort beschreven. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tanzania (typelocatie niet vermeld in de brongegevens).