Alle soorten › Zangvogels › Graszangers › Dwerggraszanger
Dwerggraszanger | Cisticola ayresii
Wing-Snapping Cisticola | Cistícola de Ayres
De dwerggraszanger is de kleinste graszanger van het gebied en een van de kleinste zangvogels van Afrika. Het mannetje baltst zo hoog dat hij vaak alleen als stipje tegen de hemel te zien is, en laat daarbij als enige ‘wolkenkrabber’ luide, knallende salvo's van vleugelgeklap horen, waaraan de Engelse naam ontleend is.
Geluid
De zang in de baltsvlucht is een snelle, eentonige reeks hoge, dunne tonen, sie-sie-sie-sie-sie of soe-sie-sie-sie, eindeloos herhaald. Daartussen klinken salvo's van luid vleugelgeklap, prrt-prrt, vooral vlak voor en tijdens de steile duik naar de grond. Roep een zacht, droog tsjik.
Opname: Tim Cockcroft — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 9 cm, met een zeer korte staart, in de broedtijd zo kort dat de vogel bijna staartloos lijkt. De kruin is donkerbruin en zwaar gestreept, de mantel en rug zwart met smalle geelbruine randen, donkerder dan bij de verwante soorten; de stuit is roestig bruin. De onderdelen zijn beige, op borst en flanken warmer bruinig. De staart heeft een zwarte subterminale vlek en lichte punten. De poten zijn lichtroze. Buiten de broedtijd is de staart iets langer en de bovenzijde warmer bruin. De seksen zijn vrijwel gelijk. Het beste kenmerk is het gedrag: een zeer hoge baltsvlucht met eentonige, hoge zang, afgewisseld met reeksen harde vleugelklappen, en een steile duik waarbij de vleugels opnieuw klappen.
Verwarringssoorten
De tinktinkgraszanger Cisticola textrix is iets groter, lichter en langer van poot, zingt een frase van fluittonen gevolgd door droge klikken en duikt zonder vleugelgeklap. De bleekkopgraszanger Cisticola cinnamomeus kiest natter grasland; het mannetje heeft een ongestreepte, bleke kruin en zwarte teugels. De Kalaharigraszanger Cisticola aridulus is veel bleker, leeft in droog, open grasland en kan tijdens lage vluchten ook met de vleugels klappen, maar zingt een ijl zink-zink. De graszanger Cisticola juncidis is langerstaartig, kiest hoger gras en baltst laag met een ritmisch zit…zit.
Leefgebied
Kort, open grasland op hoogvlakten en in de bergen, vooral op kortgegraasde of pas afgebrande graslanden, hellingen en toppen met laag gras, tot boven 2500 m in de Drakensberg. Mijdt hoog gras, struweel en zeer natte plekken. Het nest ligt laag in een graspol.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Binnen het gebied in Zuid-Afrika op het Hoogveld en in de Drakensberg, in KwaZulu-Natal, de Vrijstaat, Mpumalanga, Gauteng en het noordoosten van de Oost-Kaap, verder in Lesotho en Eswatini, in de hooglanden van het oosten en het midden van Zimbabwe, in de hooglanden van het midden van Mozambique, in Malawi, in het noorden en oosten van Zambia en op het centrale hoogland van Angola. Daarbuiten noordwaarts via de Democratische Republiek Congo en Tanzania tot Oeganda en Kenia, en in Gabon en Congo-Brazzaville.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het best van oktober tot februari op windstille ochtenden in kortgegraasd grasland op het Hoogveld, bijvoorbeeld rond Wakkerstroom, Memel of op het Nyika-plateau in Malawi. Luister naar het knallende vleugelgeklap uit de lucht; pas daarna vind je met de verrekijker het stipje dat eindeloos hoog rondcirkelt. Na een verbranding van het gras zijn ze vaak het eerst terug.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Algemeen in geschikt kort grasland; bosaanplant, ploegen en het verdwijnen van begrazing of branden, waardoor het gras te hoog wordt, verminderen plaatselijk het leefgebied.
Wetenschappelijke naam
Cisticola ayresii | Hartlaub, 1863
Hartlaub beschreef de soort in 1863 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Cisticola werd in 1829 ingevoerd door Kaup. Cisticola is gevormd uit het Griekse kisthos 'cistusroos' en het Latijnse colere 'bewonen'. ayresii eert de Engelse verzamelaar Thomas Ayres (1828–1913), die in Natal en Transvaal vogels verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Natal (KwaZulu-Natal), Zuid-Afrika.

