Alle soorten › Zangvogels › Mezen › Gabonmees
Gabonmees | Melaniparus funereus
Dusky Tit | Carbonero Cenizo
De Gabonmees is een donkere, roetgrijze mees van het Centraal-Afrikaanse regenwoud, die in groepjes door de hoge boomlagen trekt. In het gebied bereikt hij alleen het noorden van Angola, waar hij zeldzaam en slecht bekend is.
Geluid
Luidruchtig: een schor, zoemend gekwetter en ratelende reeksen, en een herkenbaar drie di-di-di, naast heldere fluittonen. Groepen zijn meestal eerder te horen dan te zien.
Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
14–15 cm. Het mannetje is geheel donker leigrijs tot roetzwart, zonder wit in vleugel of staart, met een iets glanzende kop. Het vrouwtje is lichter en grijzer, vooral van onderen. De iris is bij volwassen vogels rood, een opvallend kenmerk voor een mees; jonge vogels hebben een donker oog en een bruiniger verenkleed. Snavel zwart, vrij kort en fors.
Verwarringssoorten
Rüppells mees Melaniparus leucomelas heeft een grote witte vleugelvlek en leeft in miombo en open bosveld, niet in regenwoud. De rechtstaartdrongo Dicrurus ludwigii en de treurdrongo Dicrurus adsimilis zijn glanzend zwart met een rood oog, maar hebben een lange, bij de treurdrongo gevorkte staart en jagen vanaf een zitpost. De Kaapse rupsvogel Campephaga flava is groter en langstaartiger.
Leefgebied
Laaglandregenwoud en galerijbos, vooral de hogere etages en bosranden, ook oude aanplant en open plekken aan de rand van bos. Trekt in groepjes, vaak met gemengde foerageertroepen, door het bladerdak en foerageert op insecten en larven.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen in het noorden van Angola, in de noordelijke bosgebieden; zeldzaam en weinig gedocumenteerd. Daarbuiten wijdverbreid in het West- en Centraal-Afrikaanse bosgebied, van Sierra Leone tot het stroomgebied van de Congo, Zuid-Soedan, Oeganda en het westen van Kenia.
Hoe en wanneer kijken
Jaarrond. Een zeldzame soort voor het gebied; elke waarneming in Angola is de moeite van het documenteren waard. Luister in bosranden naar schorre, zoemende groepsroepen hoog in de bomen en kijk naar het rode oog.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; wereldwijd wijdverbreid. In Angola is de soort schaars en is de bosgordel in het noorden onderhevig aan kap en omvorming tot landbouwgrond.
Wetenschappelijke naam
Melaniparus funereus | Verreaux & Verreaux, 1855
Verreaux & Verreaux beschreef de soort in 1855 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Melaniparus werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Melaniparus combineert het Griekse melas, 'zwart', met Parus, het Latijn voor 'mees' — naar het overwegend zwarte verenkleed van veel soorten. funereus is Latijn voor 'rouw-, begrafenis-' — naar het doffe, roetzwarte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Gabon.

