Alle soorten › Zangvogels › Prachtvinken › Granaatastrild

Granaatastrild | Granatina granatina

Violet-Eared Waxbill | Granadero Meridional

De granaatastrild is een astrild met een kastanjebruin lijf, violette wangen en een blauwe stuit, een vogel van het droge doornveld. Hij is de waardvogel van de koningswida (Vidua regia), waarvan de jongen de sperpatronen van de granaatastrildjongen nabootsen.

Granaatastrild (Granatina granatina)
Hoofdfoto · Foto: Francesco Veronesi from Italy — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

Een dun, hoog tsiet-tsiet en een zacht tjoe-wie. De zang van het mannetje is een korte, fluitende reeks tsjilpjes en trillers, tjoe-tjoe-tsjie-wiet, die door de koningswida wordt nagebootst.

Luister: ZangXC662464

Opname: Tony Archer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13 tot 15 cm, met een lange, zwarte, getrapte staart. Het mannetje is diep kastanjebruin met violette wangvlekken, een kobaltblauw voorhoofd, een zwarte kin, een blauwe stuit, zwarte onderstaartdekveren en een rode snavel. Het vrouwtje is lichter, zandbruin op de rug en okerkleurig tot bleek op de onderdelen, met kleinere, valere violette wangvlekken, een bleekblauw voorhoofd, een blauwe stuit en eveneens een rode snavel. Jonge vogels zijn egaal bruin met een blauwe stuit en een donkere snavel, en krijgen snel de violette wang.

Verwarrings­soorten

In goed licht nauwelijks te verwarren. Het Angolees blauwfazantje (Uraeginthus angolensis) heeft een blauw gezicht, borst en staart, zonder kastanjebruin en violet. Vrouwtjes en jongen kunnen op afstand aan het Sint-Helenafazantje (Estrilda astrild) doen denken, maar de blauwe stuit en violette wang zijn doorslaggevend. Het vrouwtje van de koningswida (Vidua regia) heeft een gestreepte rug, een kortere staart en rode snavel en poten.

Leefgebied

Droge doornsavanne, Kalahari-doornveld en droog struikgewas met dichte doornstruiken, ook in droge rivierbeddingen. Foerageert in paren of familiegroepjes op de grond onder struiken naar graszaden en komt geregeld naar water. Paren blijven jaarrond samen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Het droge westen en noorden van het gebied: Namibië (niet in de Namib zelf), Botswana, het zuiden van Angola, het westen en zuiden van Zimbabwe, en in Zuid-Afrika de Noord-Kaap (vooral het noorden), Noordwest, Limpopo en het noorden van de Vrijstaat, plaatselijk ook het noorden van KwaZulu-Natal en het zuiden van Mozambique. Buiten het gebied niet.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zit stil bij een drinkplaats in het Kgalagadi, in Etosha, Pilanesberg of Mapungubwe; paren komen vaak kort en schuw uit de struiken. Waar granaatastrilden zijn, is in de broedtijd (ongeveer december–april) ook de koningswida te verwachten: het mannetje met de lange, draadvormige staartpennen met verbrede uiteinden zingt van een uitkijkpost in de territoria van zijn waardvogel.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in geschikt habitat. Gevoelig voor overbegrazing en het kappen van doornstruweel; wordt ook gevangen voor de kooivogelhandel.

Wetenschappelijke naam

Granatina granatina | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Fringilla granatina; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Granatina werd in 1890 ingevoerd door Sharpe. Granatina komt van het Latijnse granatinus, 'granaatkleurig' — naar het diepe wijnrood en violet van het verenkleed. granatina is Latijn voor 'granaatkleurig' — naar het diepe wijnrood van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Huíla, Angola.