Alle soorten › Zangvogels › Prachtvinken › Parelastrild
Parelastrild | Hypargos margaritatus
Pink-Throated Twinspot | Estrilda Golirrosa
De parelastrild is een astrild van het gebied met een wijnroze gezicht en borst en een zwarte buik bezaaid met witte stippen. De soort is endemisch voor het laagland van Maputaland, oostelijk Eswatini en zuidelijk Mozambique.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Een zacht, insectachtig trillertje, tsirrr, als contactroep en een scherper tsjit bij onraad. De zang is een zachte reeks kwetternoten en trillers die vaak uitloopt in een fijn gezoem.
Opname: Maarten Sluijter — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
12–13 cm, met een blauwgrijze snavel. Het mannetje heeft een wijnroze gezicht, keel en borst, een bruine kruin, nek en rug, een roze stuit en bovenstaartdekveren en een donkere staart. Buik en flanken zijn zwart met ronde witte stippen, de onderstaartdekveren zwart. Het vrouwtje heeft een grijs gezicht en keel, een grijsbruine borst met hooguit een roze zweem en een grijze buik met witte stippen. Jonge vogels zijn egaal bruin zonder stippen, met een roze getinte stuit. Leeft verborgen in dichte ondergroei en komt alleen aan de rand even in het open.
Verwarringssoorten
De rode druppelastrild (Hypargos niveoguttatus) heeft bij het mannetje een helder karmijnrood in plaats van wijnroze gezicht en borst en een grijze kruin; het vrouwtje heeft een oranjerode borst. De arealen raken elkaar nauwelijks: in Maputaland en het zuiden van Mozambique is alleen de parelastrild te verwachten. De groene druppelastrild (Mandingoa nitidula) is kleiner en groen van boven, met een rood (mannetje) of oranje (vrouwtje) gezicht.
Leefgebied
Zandbos, dichte struikvlakten, doornstruweel en ruigte aan bosranden in het warme kustlaagland, ook struweel langs rivieren. Foerageert in paren of kleine groepjes op de grond onder dekking op graszaden en kleine insecten, vaak in gezelschap van donkerrode amaranten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Endemisch voor het gebied: het noordoosten van KwaZulu-Natal (Maputaland, van Hluhluwe en Mkhuze noordwaarts tot Ndumo en Tembe), de lowveld van oostelijk Eswatini en het zuiden van Mozambique, noordwaarts tot ongeveer de Save-rivier. Daarbuiten niet.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het zandbos van Tembe Elephant Park en het Mkhuze Game Reserve geeft de beste kansen, evenals de omgeving van Ndumo; in Eswatini Hlane en Mlawula. Vogels komen naar drinkplaatsen bij vogelkijkhutten en naar voederplekken in kampen; wacht stil in de schaduw en luister naar het zachte trillertje in de ondergroei.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; binnen het kleine areaal plaatselijk vrij algemeen. Het verlies van zandbos en struweel aan landbouw en houtkap in het zuiden van Mozambique is de belangrijkste bedreiging; in de beschermde gebieden van KwaZulu-Natal en Eswatini is de populatie stabiel.
Wetenschappelijke naam
Hypargos margaritatus | (Strickland, 1844)
Strickland beschreef de soort in 1844 als Spermophaga margaritata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Hypargos werd in 1862 ingevoerd door Reichenbach. Hypargos combineert het Griekse hypo, 'onder', met Argos, de honderdogige reus uit de Griekse mythologie — naar de vele witte 'oogjes' op de onderzijde. margaritatus is Latijn voor 'met parels bezet', van margarita, 'parel' — naar de witte parelstippen op de flanken. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Coguno, district Inhambane, Mozambique (oorspronkelijk abusievelijk 'Madagaskar').

