Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Grijsrugvinkleeuwerik

Grijsrugvinkleeuwerik | Eremopterix verticalis

Grey-Backed Sparrow-Lark | Terrera Dorsigrís

De grijsrugvinkleeuwerik is de algemeenste vinkleeuwerik van het droge westen. Het mannetje valt op door zijn zwart-witte kop met een witte vlek op de kruin, waar de wetenschappelijke naam verticalis naar verwijst. Buiten de broedtijd trekken ze in zwermen van tientallen tot honderden vogels rond.

Grijsrugvinkleeuwerik (Eremopterix verticalis)
Foto: Alan Manson — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, tjilpend tsjip-tsjip en een zacht prrrt van vliegende zwermen. De zang is een korte, herhaalde fluitfrase, tsjip-tsjoe-wie, gezongen op de grond, vanaf een struikje of in een korte, golvende zangvlucht.

Luister: VluchtroepXC441453

Opname: Lynette Rudman — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Kleine leeuwerik met een dikke, lichte vinkensnavel. Het mannetje heeft een zwarte kop met een grote witte wangvlek, een witte vlek midden op de kruin en een witte nekvlek; keel, borst en buik zijn zwart, de flanken grijs. De rug en vleugels zijn grijs met donkere streepjes, zonder kastanjebruin. Het vrouwtje is grijsbruin en gestreept, met een lichte wang en een kleine zwarte vlek midden op de buik. Jonge vogels zijn als vrouwtjes, maar bleker en geschubd.

Verwarrings­soorten

De bruinrugvinkleeuwerik Eremopterix leucotis heeft een kastanjebruine rug en vleugels en geen witte kruinvlek; hij leeft in savanne in het noorden en oosten. De zwartoorleeuwerik Eremopterix australis heeft een geheel zwarte kop zonder wit en een kastanjebruine rug. Vrouwtjes zijn te verwarren met de leeuwerikgors Emberiza impetuani, maar die mist de zwarte buikvlek en de gedrongen bouw.

Leefgebied

Kale en spaarzaam begroeide vlakten in de Nama-Karoo en de Sukkulente Karoo, grindvlakten, drooggevallen pannen, kort gras in de Kalahari en braakliggende of pas geoogste akkers. Zoekt in dichte zwermen op de grond naar zaden en insecten en komt geregeld naar water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied in Namibië, het zuiden en westen van Botswana, het zuidwesten van Angola en in Zuid-Afrika in de Noord-, West- en Oost-Kaap, de Vrijstaat en Noordwest; nomadisch tot in het westelijke Hoogveld. Daarbuiten niet: de soort is endemisch in zuidelijk Afrika.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond, maar sterk wisselend per plek. Controleer zwermen die bij een drinkplaats of op een grindvlakte neerstrijken: tussen de grijsrugvinkleeuweriken zitten soms zwartoorleeuweriken, en in het noordoosten bruinrugvinkleeuweriken. Het mannetje met de witte kruinvlek is het ijkpunt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; algemeen en wijdverbreid. Kaal begraasde grond en braakliggende akkers bieden eerder meer dan minder geschikt terrein; de aantallen volgen vooral de regenval.

Wetenschappelijke naam

Eremopterix verticalis | (Smith, 1836)

Smith beschreef de soort in 1836 als Megalotis verticalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Eremopterix werd in 1836 ingevoerd door Kaup. Eremopterix komt van het Griekse erēmos, 'woestijn', en pterux, 'vleugel' — vogels van droge, open landschappen. verticalis is Latijn voor 'van de kruin', van vertex — naar de witte kruinvlek van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Beide oevers van de Oranjerivier (onzeker).