Alle soorten › Zangvogels › Kwikstaarten en piepers › Grimwoods langklauw

Grimwoods langklauw | Macronyx grimwoodi

Grimwood's Longclaw | Bisbita de Grimwood

Grimwoods langklauw is een weinig bekende langklauw met een roze keel uit de hooggelegen graslanden en dambo's op de grens van Angola, Zambia en Congo-Kinshasa. Pas in 1955 beschreven, is hij een van de specialiteiten waarvoor vogelaars naar Noordwest-Zambia reizen.

Grimwoods langklauw (Macronyx grimwoodi)
Foto: Nik Borrow — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een helder, fluitend tsjoe-wie en een reeks snelle, dunne fluittonen, tsie-tsie-tsie-tsjoe, vanaf een termietheuvel of in een zangvlucht boven het grasland. De alarmroep is een mauwend mieuw. Het gezang is slecht gedocumenteerd.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

Een forse langklauw van 20 tot 21 cm met een zware snavel en een lange achterklauw. De bovenzijde is zeemkleurig tot grijsbruin met zware donkere strepen. Keel en bovenborst zijn dieproze tot zalmroze, begrensd door een smalle zwarte halsband die soms onderbroken is; de rest van de onderzijde is warm zeemkleurig met gestreepte flanken en slechts een vage roze zweem. De buitenste staartpennen zijn wit. Het vrouwtje heeft een bleker roze keel en een minder duidelijke halsband. Jonge vogels zijn zeemkleurig met een gevlekte borst en nauwelijks roze.

Verwarrings­soorten

De roodkeellangklauw (Macronyx ameliae) is slanker en kleiner, met een bredere halsband en ook roze op borst en buik; hij leeft in nattere overstromingsvlakten en komt in Noordwest-Zambia nauwelijks samen met Grimwoods langklauw voor. Fülleborns langklauw (Macronyx fuelleborni), die hetzelfde grasland bewoont, heeft een gele keel. Jonge vogels van de drie soorten zijn in het veld vaak niet te onderscheiden.

Leefgebied

Kort, open grasland op hoogvlakten en in brede, seizoensgebonden natte dambo's, vaak op pas afgebrande of kort begraasde stukken, tussen 1000 en 1500 m en omringd door miombo. Foerageert lopend op de grond naar insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied in het oosten van Angola (Moxico en de Lunda-provincies) en in het noordwesten van Zambia, onder meer rond Mwinilunga. Buiten de regio alleen in het aangrenzende zuiden van Congo-Kinshasa. Het totale areaal is klein.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De graslandvlakten en dambo's rond Mwinilunga zijn de beste plaats. Ga er aan het begin van het regenseizoen, van oktober tot december, heen, wanneer de mannetjes zingen en het gras na de brand nog kort is; een vogel op een termietheuvel met roze keel en smalle halsband is dan goed te bekijken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, hoewel het areaal klein en slecht onderzocht is. De soort lijkt plaatselijk vrij algemeen. Mogelijke bedreigingen zijn het omzetten van dambo's in akkers en een te hoge brandfrequentie.

Wetenschappelijke naam

Macronyx grimwoodi | Benson, 1955

Benson beschreef de soort in 1955 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Macronyx werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Macronyx komt van het Griekse makros, 'lang', en onyx, 'klauw' — naar de zeer lange achternagel van deze vogels. grimwoodi eert de Britse majoor Ian Robert Grimwood (1912–1990), wildbeheerder in Noord-Rhodesië (nu Zambia) en later Kenia. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Chitunta-vlakte, Mwinilunga, Zambia.