Alle soorten › Genten en aalscholvers › Fregatvogels › Grote fregatvogel

Grote fregatvogel | Fregata minor

Great Frigatebird | Rabihorcado Grande

De grote fregatvogel is de fregatvogel die het vaakst in het Kanaal van Mozambique wordt gezien; de dichtstbijzijnde kolonie ligt op het eiland Europa. Met zijn enorme spanwijdte en geringe gewicht zweeft hij dagenlang boven zee zonder ooit op het water te landen.

Grote fregatvogel (Fregata minor)
Foto: Jason Corriveau — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee zwijgzaam. Mannetjes laten in de kolonie een jodelend, gorgelend geluid horen, onderbroken door snavelklepperen; vrouwtjes roepen een rauw kwah.

Luister: VluchtroepXC619651

Opname: AUDEVARD Aurélien — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

86–100 cm lang, spanwijdte 206–230 cm. Bouw als andere fregatvogels: smalle, gehoekte vleugels, lange gevorkte staart en een lange, gehaakte snavel. Het mannetje is geheel zwart met groene glans, een vale bruine band over de bovenvleugel, roze tot rode poten en een felrode keelzak die in de balts als een ballon wordt opgeblazen. Het vrouwtje heeft een grijswitte keel en een witte borst die niet tot in de oksel doorloopt, en een roze tot rode oogring. Jonge vogels hebben een witte kop met roestbruine waas en een witte borst en buik. Vrouwtjes zijn groter dan mannetjes.

Verwarrings­soorten

De kleine fregatvogel (Fregata ariel) is kleiner; het mannetje heeft witte flankvlekken die tot in de oksel doorlopen, het vrouwtje een zwarte keel en een witte borst die in een punt tot onder de vleugel reikt. Bij de grote fregatvogel is het onderlichaam van het mannetje egaal zwart en loopt het wit van het vrouwtje niet de vleugel in.

Leefgebied

Open tropische oceaan, vaak ver uit de kust boven warm, diep water. Vangt vliegende vissen en inktvis aan het oppervlak en jaagt keerkringvogels en genten hun prooi af. Broedt in kolonies in struiken en lage bomen op afgelegen eilanden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied een schaarse gast langs de kust van Mozambique, zeldzamer tot KwaZulu-Natal en de Oostkaap; na tropische cyclonen worden vogels soms ver landinwaarts geblazen, tot in Zimbabwe. Daarbuiten broedt de soort op tropische eilanden in de Indische Oceaan, met kolonies op Europa en Aldabra, in de Stille Oceaan en op enkele eilanden in de Zuid-Atlantische Oceaan.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Pelagische tochten vanuit Ponta do Ouro en Inhambane in de zuidelijke zomer bieden de beste kans; vogels hangen dan vaak hoog boven een school jagende vis of boven de boot. Kijk na cyclonen langs de kust van Mozambique en KwaZulu-Natal, ook boven grote meren in het binnenland.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, al gaat de populatie achteruit. Bedreigingen zijn predatie door ingevoerde ratten en katten, verstoring en habitatverlies op broedeilanden en het vangen van vogels voor voedsel.

Wetenschappelijke naam

Fregata minor | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Pelecanus minor; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Fregata werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Fregata is afgeleid van het Franse frégate, 'fregat', een snel oorlogsschip — naar de snelle vlucht en de gewoonte andere zeevogels te beroven. minor is Latijn voor 'kleiner' — Gmelin onderscheidde hem zo van een grotere fregatvogel, al is dit feitelijk een van de grotere soorten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Christmaseiland, Indische Oceaan (later aangewezen).