Alle soorten › Genten en aalscholvers › Fregatvogels
Fregatvogels | Fregatidae
Frigatebirds | Rabihorcados
Een familie van vijf tropische zeevogels. Vier soorten zijn als dwaalgast of niet-broedende bezoeker voor de kusten van zuidelijk Afrika vastgesteld. Fregatvogels hebben de grootste vleugeloppervlakte ten opzichte van hun gewicht van alle vogels. Met een spanwijdte tot 2,3 meter wegen ze nauwelijks anderhalve kilo. Ze hebben lange, smalle, gehoekte vleugels en een diep gevorkte staart. Op opstijgende lucht onder stapelwolken stijgen ze tot kilometers hoog en glijden ze vervolgens lange afstanden uit. Gezenderde vogels bleven tot twee maanden onafgebroken in de lucht en sliepen tijdens het vliegen in korte stukjes. Het verenkleed is niet waterafstotend en de poten zijn kort en zwak. Fregatvogels kunnen daardoor niet zwemmen en niet van het water opstijgen. Ze landen alleen in bomen, struiken of op rotsen. Ze grijpen vliegende vissen en inktvissen al vliegend van het wateroppervlak. Daarnaast achtervolgen ze jan-van-genten, keerkringvogels en sterns tot die hun buit uitbraken, wat hun de Engelse naam 'man o'war bird' opleverde. Dat stelen levert minder op dan vaak wordt gedacht. Ze broeden in kolonies op afgelegen tropische eilanden. Daar blazen mannetjes een felrode keelzak op, trillen ze met de gespreide vleugels en maken ze roffelende geluiden om overvliegende vrouwtjes te lokken. Het ene ei wordt ongeveer acht weken bebroed. Het jong vliegt pas na vijf à zes maanden uit en wordt daarna nog maanden, soms meer dan een jaar, door de ouders gevoerd. Daardoor broeden veel paren maar eens per twee jaar.
Inheemse soorten 2 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.
Dwaalgasten 2 soorten
Verdwaalde vogels uit andere werelddelen. Ze hebben hier geen verspreiding en dus geen verspreidingskaart.




