Alle soorten › Papegaaiachtigen › Halsbandparkieten › Halsbandparkiet
Halsbandparkiet | Psittacula krameri
Rose-Ringed Parakeet | Cotorra de Kramer
De halsbandparkiet is een slanke, felgroene parkiet met een lange, spits toelopende staart en een rode snavel. Hij hoort niet van nature in zuidelijk Afrika thuis: de vogels hier stammen af van ontsnapte en vrijgelaten kooivogels uit Azië, en hebben zich in enkele steden tot kleine, zich zelfstandig voortplantende populaties ontwikkeld.
Geluid
Een schel, doordringend kie-ak of kriee-kriee, in vlucht vaak in snelle reeksen herhaald. Groepen zijn luidruchtig bij de gemeenschappelijke slaapplaats, vooral kort voor zonsondergang.
Opname: Sam Hambly — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
37–43 cm, waarvan meer dan de helft staart. Het verenkleed is geelgroen, iets blauwer op de achterkop en de middelste staartpennen. De snavel is dieprood met een donkere onderkaak. Het mannetje heeft een smalle zwarte keelstreep die als een dunne band naar achteren loopt, met daarboven een roze nekband. Het vrouwtje en de jonge vogels missen beide banden en zijn egaal groen, soms met een vage groene halsring. De vlucht is snel en recht met snelle, ondiepe slagen; de lange staart en de gebogen vleugels geven een pijlvormig silhouet.
Verwarringssoorten
Er is in het gebied geen andere wilde langstaartparkiet. De inheemse papegaaien, zoals de Meyers papegaai (Poicephalus meyeri) en de bruinkoppapegaai (Poicephalus cryptoxanthus), zijn gedrongen en kortstaartig. Ontsnapte grote alexanderparkieten (Psittacula eupatria) zijn groter, met een zwaardere snavel en een roodbruine vlek op de schouder. Kleurmutanten uit de kooivogelhandel (geel, blauw) duiken geregeld op tussen groene vogels.
Leefgebied
Parken, tuinen, lanen met exotische bomen en fruitboomgaarden in stedelijk gebied. Eet zaden, vruchten, bloemen en nectar, en bezoekt voedertafels. Broedt in holten van oude bomen, vaak in verlaten spechten- of baardvogelholten, en neemt daarmee nestplaatsen in die inheemse holenbroeders nodig hebben.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In Zuid-Afrika gevestigd in en rond Durban, en in kleinere aantallen in Johannesburg en Pretoria; losse vogels en kleine groepjes elders, onder meer rond Kaapstad. In de rest van het gebied alleen als ontsnapte kooivogel. Van nature verspreid over de Sahelzone van Afrika en over het Indisch subcontinent; verwilderde populaties leven in grote delen van Europa, het Midden-Oosten en Oost-Azië.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. apr–sep)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het makkelijkst te zien bij de gezamenlijke slaapbomen in de stad in het laatste uur voor zonsondergang, wanneer groepjes luid roepend aankomen. Let bij groene vogels op de lengte van de staart en de rode snavel om ze van ontsnapte agapornissen en andere parkieten te onderscheiden.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In zuidelijk Afrika een exoot met een kleine maar groeiende populatie. De soort concurreert met inheemse holenbroeders om nestplaatsen en kan schade aan fruitteelt aanrichten; ervaringen uit Europa en elders tonen hoe snel zulke populaties kunnen uitbreiden.
Wetenschappelijke naam
Psittacula krameri | (Scopoli, 1769)
Scopoli beschreef de soort in 1769 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Psittacula werd in 1800 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Psittacula is Latijn, een verkleinvorm van psittacus 'papegaai', dus 'papegaaitje'. krameri eert de arts en natuuronderzoeker Wilhelm Heinrich Kramer (overleden 1765). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.

