Alle soorten › Zangvogels › Graszangers › Harterts camaroptera

Harterts camaroptera | Camaroptera harterti

Hartert's Camaroptera | Camaróptera de Hartert

Harterts camaroptera is een kleine, kortstaartige zanger van het struikgewas en de bosranden op het escarpment van noordwestelijk Angola. Hij werd lang als ondersoort van de mekkercamaroptera behandeld en wordt nu door de meeste lijsten als aparte soort erkend. Het is een van de Angolese endemen van het gebied.

Harterts camaroptera (Camaroptera harterti)
Foto: Zieger M — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Vergelijkbaar met de mekkercamaroptera: een nasaal, klaaglijk geblaat, mbèèh, en een luide, snel herhaalde reeks klikkende tonen, tsjik-tsjik-tsjik, uit dicht struikgewas.

Luister: ZangXC505720

Opname: Paulina Meller — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm, gedrongen, met een korte, vaak opgewipte staart. De bovendelen, inclusief de vleugels, zijn olijfgroen, kop en nek grijzer; de onderzijde is vuilwit met een grijze waas op borst en flanken. De iris is lichtbruin, de snavel donker, de poten roze. De seksen zijn gelijk. In bouw en gedrag lijkt hij sterk op de groenruggige vorm van de mekkercamaroptera; zeker weten doe je het vooral op grond van verspreiding en biotoop.

Verwarrings­soorten

De mekkercamaroptera Camaroptera brachyura komt in het binnenland van Angola voor met grijsruggige vormen, waarbij rug en staart grijs zijn en alleen de vleugels groen; Harterts camaroptera is ook op de rug groen. De geelbrauwcamaroptera Camaroptera superciliaris van de laaglandbossen in het noorden heeft een opvallende gele wenkbrauwstreep, een grijs gezicht en een zeer korte staart. De witkeelprinia Schistolais leucopogon is donkergrijs met een lange staart.

Leefgebied

Ondergroei, ruigte en dicht struikgewas in vochtig bos en aan bosranden, in galerijbos, in verwilderde koffieplantages onder schaduwbomen en in secundaire begroeiing op de hellingen van het escarpment. Leeft laag in het struikgewas en op de grond.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor Angola: het escarpment en het aangrenzende laagland in het noordwesten, van Cuanza Norte (onder meer Canhoca, de typelocatie) en Bengo zuidwaarts over Cuanza Sul tot ongeveer 12° zuiderbreedte. Komt buiten Angola niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond; de escarpmentbossen bij Kumbira en rond Kalandula en Cuanza Norte zijn de beste plaatsen, en daar is hij in de ondergroei vrij algemeen. Het geblaat verraadt hem; let op de groene rug om hem van grijsruggige mekkercamaroptera's in de omgeving te onderscheiden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd volgens de IUCN, ondanks het kleine areaal. De escarpmentbossen van Angola worden echter sterk aangetast door kap, houtskoolproductie en landbouw; omdat de soort ook in secundaire begroeiing en verwilderde koffieplantages leeft, is hij minder kwetsbaar dan de echte bosendemen van het escarpment.

Wetenschappelijke naam

Camaroptera harterti | Zedlitz, 1911

Zedlitz beschreef de soort in 1911 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Camaroptera werd in 1850 ingevoerd door Sundevall. Camaroptera komt van het Griekse kamara, 'boog, gewelf', en pteron, 'vleugel' — naar de korte, sterk gewelfde vleugels. harterti eert de Duitse ornitholoog Ernst Hartert (1859–1933), jarenlang conservator van het museum van Walter Rothschild in Tring. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Canhoca, Noord-Angola.