Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Hartlaubs frankolijn

Hartlaubs frankolijn | Pternistis hartlaubi

Hartlaub's Spurfowl | Francolín de Hartlaub

Hartlaubs frankolijn is de kleinste frankolijn van zuidelijk Afrika en een bijna-endemische soort van de rotskoppen en granietheuvels van het noordwesten van Namibië en het zuidwesten van Angola. De seksen verschillen zo sterk dat ze op twee soorten lijken, en het mannetje draagt een opvallend zware snavel.

Hartlaubs frankolijn (Pternistis hartlaubi)
Foto: Zieger M — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het paar zingt bij zonsopgang een luid, ringend duet vanaf een rotsblok: het mannetje een krachtig kwee-kwee-kwee-kwierr, het vrouwtje antwoordt met een hoog, snel kek-kek-kek. Ook in de avondschemering te horen; het duet draagt ver over de rotswanden.

Luister: ZangXC446054

Opname: Gareth K. — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 26 cm. Het mannetje heeft een donkere kruin, een witte wenkbrauwstreep, een donkere oogstreep en een zeer zware, gebogen hoornkleurige snavel met een gelige ondersnavel. De bovendelen zijn fijn grijsbruin gewormd, de onderdelen wittig met dichte bruine lengtestrepen. Het vrouwtje is effener, met een kaneelkleurige kop en egaal oranjebruine onderdelen. Beide seksen hebben een kaal geel plekje rond het oog en dofgele poten. Vliegt zelden op en rent tussen de rotsblokken weg.

Verwarrings­soorten

De roodsnavelfrankolijn is veel groter, heeft een rode snavel en rode poten en leeft vooral in doornveld nabij water, niet op kale rotsen. Archers frankolijn is een grasveldsoort met een rossige kop en een zwart omrande witte keel. Het vrouwtje met haar egale, rossige onderzijde is het best herkenbaar aan haar klein formaat en de rotsige omgeving.

Leefgebied

Rotskoppen, granietheuvels, kloven en puinhellingen met verspreide struiken en graspollen, in droge savanne en op de rand van de Namib. Foerageert op de grond tussen de rotsen op zaden, bollen, knollen en insecten. Overnacht in rotsspleten en onder overhangende stenen; is minder afhankelijk van drinkwater dan grotere frankolijnen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied beperkt tot het noordwesten en midden-westen van Namibië, van het Kaokoveld via de Brandberg, de Erongo en de Spitzkoppe tot het Waterbergplateau, en het zuidwesten van Angola (Namibe en Huíla). Niet daarbuiten; een bijna-endemische soort van het Namibische escarpment.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best bij zonsopgang, wanneer paren van een uitkijkrots roepen: luister op campings in de Erongo, bij de Spitzkoppe of op het Waterbergplateau en speur de rotstoppen af. Overdag verstoppen de vogels zich goed tussen de stenen; stilstaan op een uitkijkpunt levert meer op dan rondlopen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het areaal is klein, maar het rotsige leefgebied wordt nauwelijks door landbouw aangetast en de soort wordt weinig bejaagd. Plaatselijk kan overbegrazing de bodembedekking tussen de rotsen verminderen.

Wetenschappelijke naam

Pternistis hartlaubi | (Bocage, 1869)

Bocage beschreef de soort in 1869 als Francolinus Hartlaubi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pternistis werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Pternistis komt van het Griekse pternistēs 'iemand die met de hiel schopt', van pterna 'hiel', naar de sporen aan de poten. hartlaubi is een eerbetoon aan de Duitse arts en vogelkundige Gustav Hartlaub (1814–1900). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Huíla, Angola.