Alle soorten › Zangvogels › Buulbuuls › Kaapse buulbuul

Kaapse buulbuul | Pycnonotus capensis

Cape Bulbul | Bulbul del Cabo

De Kaapse buulbuul is een donkerbruine buulbuul met een opvallende witte oogring, die alleen in het zuidwesten en zuiden van Zuid-Afrika voorkomt. Het is een van de bekendste vogels van het fynbos en van de tuinen rond Kaapstad.

Kaapse buulbuul (Pycnonotus capensis)
Foto: Derek Keats from Johannesburg, South Africa — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Heldere, vloeiende fluittonen in korte frasen, zoals pietpiet-patata en piet-piet-pietpietpiet, levendiger en rijker dan die van de grauwe buulbuul. Het alarm is een scherp, herhaald tsjik en een schel gekwetter. Paren zingen vaak in duet vanuit de top van een struik.

Luister: RoepXC1172473

Opname: African Bioacoustics Community — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–21 cm. Vrijwel geheel donker chocoladebruin, het donkerst op de kop, die een klein kuifje heeft. Rond het donkere oog ligt een naakte, witte oogring, die van dichtbij soms iets gerimpeld is. Keel en borst zijn bruin en lopen zonder duidelijke grens over in de kop; de buik is iets lichter bruin, soms met een vage lichte zweem. De onderstaartdekveren zijn helder citroengeel. Snavel en poten zwart. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben een minder opvallende, grijzige oogring en zijn iets warmer bruin.

Verwarrings­soorten

De maskerbuulbuul Pycnonotus nigricans heeft een scherp afgezette zwarte kap, een oranjerode oogring en een lichte buik. De grauwe buulbuul Pycnonotus barbatus heeft een zwarte oogring en een duidelijk lichtere, vuilwitte buik. Bastaarden met beide soorten komen voor aan de randen van het areaal, in de Karoo en in de Oost-Kaap; een bleke, niet geheel witte oogring of een lichtere buik kan op zo'n tussenvorm wijzen.

Leefgebied

Fynbos, strandveld en kustfynbos, kustbosjes en oeverstruweel, en tuinen, parken, boomgaarden en wijngaarden in het fynbosgebied; ook in aanplantingen van uitheemse bomen. Eet vruchten, bessen, nectar en insecten, en is een belangrijke verspreider van zaden van inheemse struiken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Alleen in Zuid-Afrika: in de West-Kaap van het zuiden van Namakwaland zuidwaarts, over het Kaapse Schiereiland en langs de zuidkust oostwaarts, tot in het zuidwesten van de Oost-Kaap rond de Grote Visrivier. Landinwaarts tot aan de rand van de Karoo. Buiten het gebied komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond en algemeen; in Kirstenbosch, het Nationaal Park West Coast en in vrijwel elke tuin in Kaapstad zeker te zien. Omdat hij het enige buulbuul in het grootste deel van het fynbos is, is determinatie daar eenvoudig; let pas aan de randen van het areaal op tussenvormen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en algemeen. De soort heeft baat bij tuinen en vruchtdragende uitheemse planten, maar verdwijnt waar fynbos volledig plaatsmaakt voor akkerland zonder struiken. Het areaal is klein maar de dichtheden zijn hoog.

Wetenschappelijke naam

Pycnonotus capensis | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Turdus capensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pycnonotus werd in 1826 ingevoerd door Boie. Pycnonotus is Grieks, van puknos 'dicht, compact' en -nōtos 'gerugd', van nōton 'rug', naar het dichte verenkleed van de rug. capensis is Latijn voor 'van de Kaap', naar de Kaap de Goede Hoop, waar de soort voor het eerst werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaap de Goede Hoop.