Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Kaapse frankolijn

Kaapse frankolijn | Pternistis capensis

Cape Spurfowl | Francolín del Cabo

De Kaapse frankolijn is de grootste frankolijn van zuidelijk Afrika en een bijna-endemische soort van de West-Kaap. Hij is algemeen in fynbos, renosterveld en akkerland en zo gewend aan mensen dat hij in tuinen, op golfbanen en rond picknickplaatsen foerageert.

Kaapse frankolijn (Pternistis capensis)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zeer luid, hard en ratelend ke-kek-kek-kekerrr, dat ver draagt, vooral bij zonsopgang en zonsondergang en vaak van meerdere vogels tegelijk. Bij alarm een kort, scherp kek.

Luister: RoepXC1166415

Opname: African Bioacoustics Community — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 42 cm, groot en donker. Het verenkleed lijkt van een afstand egaal donker grijsbruin, maar is van dichtbij fijn wit gewormd en gestreept, vooral op de onderdelen, wat een schubbig grijs effect geeft. De kruin is donkerder en de keel wat lichter. De snavel is donker met een oranjegele ondersnavel; de poten zijn dof oranjerood, bij het mannetje met twee sporen. Kale huid in het gezicht ontbreekt. De seksen zijn gelijk, het vrouwtje is kleiner.

Verwarrings­soorten

De roodkeelfrankolijn, die in de oostelijke Kaap overlapt, heeft een kale rode keel en rode huid rond het oog. De grijsvleugelfrankolijn van bergfynbos is kleiner, met een rossige, zwart-wit gespikkelde keel en gele poten, en vliegt eerder op. De Natalfrankolijn komt niet in het areaal voor.

Leefgebied

Fynbos, renosterveld, strandveld, rivierbegeleidend struikgewas in de Karoo, wijngaarden, graanakkers, tuinen en parken, meestal niet ver van dekking en water. Foerageert op de grond op bollen, knollen, zaden, bessen en insecten, en graaft met de snavel naar ondergrondse delen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Beperkt tot het zuidwesten van Zuid-Afrika, van de West-Kaap langs de westkust noordwaarts tot Namakwaland en oostwaarts tot ongeveer de Oostkaap, met een uitloper langs de benedenloop van de Oranjerivier tot in het uiterste zuiden van Namibië. Niet buiten het gebied.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Makkelijk te vinden op het Kaapse Schiereiland, in Kirstenbosch, bij Kaap de Goede Hoop en in het West Coast National Park, waar vogels rond de parkeerplaatsen scharrelen. Een vroege ochtendwandeling levert het luide koor op; langs de wegranden in de Overberg zijn ze vaak goed te fotograferen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en algemeen, plaatselijk zelfs talrijker geworden door de uitbreiding van akkerbouw en tuinen. Wordt bejaagd als wildsoort; in stedelijk gebied lijden de vogels onder verkeer en loslopende honden en katten.

Wetenschappelijke naam

Pternistis capensis | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Tetrao capensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pternistis werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Pternistis komt van het Griekse pternistēs 'iemand die met de hiel schopt', van pterna 'hiel', naar de sporen aan de poten. capensis is Latijn voor 'van de Kaap', naar Kaap de Goede Hoop, waar het typemateriaal vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaap de Goede Hoop.