Alle soorten › Pelikaanachtigen › Ibissen en lepelaars › Kaapse ibis

Kaapse ibis | Geronticus calvus

Southern Bald Ibis | Ibis Calvo

De Kaapse ibis is een endemische ibis van de hooggelegen graslanden van Zuid-Afrika, Lesotho en Eswatini, met een kale rode kruin en een witachtig kaal gezicht. Hij broedt in kolonies op richels van kliffen en in kloven en foerageert in kort, afgebrand of begraasd grasland.

Kaapse ibis (Geronticus calvus)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. Bij de kolonie en in de vlucht een hoog, hees kiee-kaa en gebrabbel, vooral wanneer groepen aankomen of opvliegen.

Luister: VluchtroepXC902587

Opname: Guilherme Melo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 78 cm. Het verenkleed is donker, glanzend blauwzwart tot groen, met een koperkleurige tot paarse vlek op de vleugeldekveren. De kop is onbevederd: gezicht en keel zijn witachtig, de kruin is helderrood. De lange, gebogen snavel is rood, net als de poten; deze zijn tamelijk kort. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer, met een grijsachtig bevederde kop, een donkerder snavel en zonder rode kruin. Vliegt met snelle vleugelslagen en een gestrekte hals, vaak in groepjes.

Verwarrings­soorten

De hadada-ibis Bostrychia hagedash heeft een bevederde, grijsbruine kop met een witte wangstreep, een donkere snavel en een luide roep. De zwarte ibis Plegadis falcinellus is slanker, langpotiger en heeft een bevederde kop en een donkere snavel; hij leeft in moerassen, niet in kort grasland. Jonge Kaapse ibissen kunnen op hadada-ibissen lijken, maar missen de witte wangstreep.

Leefgebied

Kort, open grasland op het hoogveld en in de uitlopers van de Drakensberg, bij voorkeur pas afgebrand of kort begraasd, verder akkers, weiden en gazons op boerderijen en golfbanen. Foerageert in groepen naar insecten, vooral larven van kevers, rupsen en sprinkhanen, en ook naar kleine gewervelden. Broedt in kolonies op richels van kliffen, vaak achter of naast watervallen in kloven; slaapt ook op kliffen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gebied: het oosten van Zuid-Afrika, van de Oost-Kaap via KwaZoeloe-Natal, de Vrijstaat en Mpumalanga tot in het zuiden van Limpopo, en verder in Lesotho en in het westen van Eswatini. Nergens anders ter wereld.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter (mei–september) broedend op kliffen in kloven van Mpumalanga, KwaZoeloe-Natal en Lesotho; buiten de broedtijd in groepen op pas afgebrande graslanden, waar ze tussen de zwarte stoppels goed opvallen. Het rode gezicht is op afstand te zien in de ochtendzon.

Staat van instandhouding

Gevoelig (Near Threatened). De populatie wordt geschat op enkele duizenden vogels en is kwetsbaar door omzetting van grasland in akkers en bosbouwplantages, verstoring van kolonies, vergiftiging en ongunstig brandbeheer. Een groot deel van de kolonies ligt op privéland, waardoor medewerking van boeren essentieel is.

Wetenschappelijke naam

Geronticus calvus | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Tantalus Calvus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Geronticus werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Geronticus komt van het Griekse gerōn 'oude man' en zinspeelt op de kale, gerimpelde kop. calvus is Latijn voor 'kaal' — naar de onbevederde, rode kop. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaap de Goede Hoop.