Alle soorten › Zangvogels › Spreeuwen › Kastanjevleugelspreeuw

Kastanjevleugelspreeuw | Onychognathus fulgidus

Chestnut-Winged Starling | Estornino Alirrufo

De kastanjevleugelspreeuw is een slanke, langstaartige woudspreeuw van West- en Centraal-Afrika, die in het gebied alleen in de bossen van het noorden van Angola voorkomt. Hij leeft in de kronen van hoge bomen, waar paartjes en groepjes met luide fluittonen overvliegen.

Kastanjevleugelspreeuw (Onychognathus fulgidus)
Foto: Olivier Coste — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Luide, heldere fluittonen, tie-oe en tsjoe-wie, vaak in vlucht en vanuit de kronen; verder een zacht, kwetterend gezang met fluittonen en nasale klanken.

Luister: ZangXC954986

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

27–30 cm, slank, met een lange, getrapte staart en een vrij dunne, licht gebogen snavel. Het mannetje is zwart met een groene tot paarsblauwe glans, het sterkst op kop en mantel; het vrouwtje heeft een grijze kop en keel met donkere streepjes en een groenige glans. Bij beide seksen zijn de handpennen kastanjebruin met donkere toppen, in vlucht een opvallende roodbruine vleugelvlek. Het oog is rood. Jonge vogels zijn doffer, zonder grijze kop. Vliegt snel en recht boven het bladerdak.

Verwarrings­soorten

De spitsstaartspreeuw Poeoptera lugubris leeft in dezelfde bossen, maar is veel kleiner, met een geel oog en een smalle, spitse staart; alleen het vrouwtje heeft roodbruine vleugels. De prachtglansspreeuw Lamprotornis splendidus is gedrongener, met een kortere staart, een licht oog, geen roodbruine vleugels en luid ruisende vleugelslagen. De roodvleugelspreeuw Onychognathus morio komt in Angola niet voor; elke roodvleugelige spreeuw in het Angolese woud is deze soort.

Leefgebied

Het bladerdak van vochtig laagland- en escarpmentbos, galerijbos, secundair bos en oude koffieplantages onder schaduwbomen, ook bosranden en open plekken met hoge restbomen. Eet vooral vruchten, waaronder vijgen en oliepalmvruchten, en insecten. Nestelt in boomholtes hoog in dode bomen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in het noorden van Angola: Cabinda, Uíge, Cuanza Norte, Bengo, Malanje en Lunda Norte (Dundo). Buiten het gebied van Guinee en Sierra Leone door de Guinese bosgordel en het Congobekken tot het westen van Oeganda, en op São Tomé.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond. De bossen rond Uíge en Quitexe (Damengola), het Tombingo-bos en de bossen bij N'dalatando in Cuanza Norte zijn de beste plekken. Luister naar fluittonen boven het bladerdak en let bij overvliegende vogels op de roodbruine vleugels en de lange staart.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; in het Centraal-Afrikaanse woud wijdverbreid en vrij algemeen. In Angola gebonden aan de restanten van bos in het noordwesten en de Lunda-provincies, die door kap en landbouw verder slinken.

Wetenschappelijke naam

Onychognathus fulgidus | Hartlaub, 1849

Hartlaub beschreef de soort in 1849 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Onychognathus voerde hij in datzelfde werk in. Onychognathus is samengesteld uit het Griekse onyx 'nagel, klauw' en gnathos 'kaak'. fulgidus is Latijn voor 'glanzend, schitterend' — naar het metaalglanzende zwarte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sao Tomé.