Alle soorten › Zangvogels › Spreeuwen › Roodvleugelspreeuw

Roodvleugelspreeuw | Onychognathus morio

Red-Winged Starling | Estornino Alirrojo

De roodvleugelspreeuw is een grote, langstaartige spreeuw met roodbruine handpennen, van rotsen, kliffen en steeds vaker van steden in het oosten en zuiden van het gebied. Zijn heldere, fluitende roep hoort bij bergpassen en stadscentra van Kaapstad tot Harare.

Roodvleugelspreeuw (Onychognathus morio)
Hoofdfoto · Foto: Alandmanson — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

De bekende roep is een luide, zuivere, dalende fluittoon, tsjer-lieeeoe, vaak in vlucht en in duet van paartjes. De zang is een melodieus, gevarieerd gekwetter van fluittonen; bij alarm een schor tsjarrr.

Luister: ZangXC1152825

Opname: Walter Wallner — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

27–30 cm, met een lange, getrapte staart. Het mannetje is zwart met een blauwpaarse glans; het vrouwtje heeft een asgrijze kop, nek en borst met fijne donkere strepen en een groenige glans. Bij beide seksen zijn de handpennen roodbruin met zwarte toppen, zichtbaar als een smalle roestrode rand bij de zittende vogel en als een brede, gloeiende vleugelvlek in vlucht. Het oog is donkerrood, snavel en poten zijn zwart. Jonge vogels lijken op het mannetje maar zijn doffer, met een bruin oog. Buiten de broedtijd in groepen, soms honderden op gezamenlijke slaapplaatsen op kliffen of gebouwen.

Verwarrings­soorten

De vaalvleugelspreeuw Onychognathus nabouroup heeft een oranje oog en vale, bijna witte handpennen, en beide seksen zijn zwart; de soorten raken elkaar in de oostelijke Karoo en het zuiden van Namibië. In het noorden van Malawi hebben ook de kaneelvleugelspreeuw Onychognathus tenuirostris (lange, dunne snavel en een lange, spitse staart; vaak bij watervallen) en Wallers spreeuw Onychognathus walleri (veel kleiner, met een korte staart, in bergbos) roodbruine vleugels. De treurmaina Acridotheres tristis in steden toont witte, geen roodbruine vleugelvlekken en heeft een gele snavel.

Leefgebied

Kliffen, kloven, rotsachtige heuvels en bergen van zeeniveau tot hoog in de Drakensberg, ook bosranden en open bos in de buurt van rotsen. Heeft zich sterk aan de mens gebonden: broedt op hoge gebouwen, bruggen en in dakgoten en foerageert in parken, tuinen en op markten. Eet vruchten, nectar, insecten en afval en pikt soms teken van grote zoogdieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het oosten en zuiden van het gebied: Zuid-Afrika behalve de droogste delen van de Noord-Kaap, Lesotho, Eswatini, plaatselijk het oosten van Botswana, Zimbabwe, Mozambique (vooral het binnenland en de heuvels), Malawi en het oosten van Zambia. Ontbreekt vrijwel in Namibië en Angola. Buiten het gebied door Oost-Afrika noordwaarts tot Ethiopië en Eritrea.

  • Jaarrond
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond en in veel steden gemakkelijk te zien, zoals Kaapstad (Tafelberg, Kirstenbosch), Pretoria, Harare en Blantyre. In de bergen hoor je hem eerder dan je hem ziet; de fluittoon en de roodbruine vleugelvlek in vlucht zijn samen doorslaggevend. Let in groepen op de grijze koppen van de vrouwtjes.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, algemeen en in zuidelijk Afrika toenemend doordat hij gebouwen als broedplaats heeft ontdekt. In de fruitteelt wordt hij soms als plaag beschouwd.

Wetenschappelijke naam

Onychognathus morio | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Turdus morio; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Onychognathus werd in 1849 ingevoerd door Hartlaub. Onychognathus is samengesteld uit het Griekse onyx 'nagel, klauw' en gnathos 'kaak'. morio (of morion) is Latijn voor een donkerbruine steen of zwarte kwarts — naar het glanzend zwarte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaap de Goede Hoop.