Alle soorten › Zangvogels › Spreeuwen › Vaalvleugelspreeuw
Vaalvleugelspreeuw | Onychognathus nabouroup
Pale-Winged Starling | Estornino Naburup
De vaalvleugelspreeuw is een grote, glanzend zwarte spreeuw van de droge, rotsachtige gebieden in het westen van zuidelijk Afrika. Met zijn oranje oog en de vale, bijna witte vlek in de vleugel, die in vlucht als een helder venster oplicht, is hij de westelijke tegenhanger van de roodvleugelspreeuw.
Geluid
Een luide, heldere fluittoon, prieuw of tsjiep-tsjieuw, vaak in vlucht; verder een schor, snerpend tsjerrr bij alarm en een zacht, kwetterend gezang met fluittonen en krassende klanken vanaf een rotsblok.
Opname: Filippo Ceccolini — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
26–28 cm, met een vrij lange, licht getrapte staart. De seksen zijn gelijk: geheel zwart met een blauwe tot groenachtige glans op kop, lichaam en vleugels. De handpennen zijn grotendeels vaal crème tot witachtig, met een roestkleurig waas aan de basis en donkere toppen; bij de zittende vogel is dat een smal licht paneel, in vlucht een grote, lichte vleugelvlek. Het oog is helder oranje, snavel en poten zijn zwart. Jonge vogels zijn doffer, met een bruiner oog. Leeft in paren en groepjes die luidruchtig langs rotswanden heen en weer vliegen.
Verwarringssoorten
De roodvleugelspreeuw Onychognathus morio heeft roodbruine, geen vale handpennen en een donkerrood oog, en het vrouwtje heeft een grijze kop; waar de arealen elkaar raken, in de oostelijke Karoo en het zuiden van Namibië, is de vleugelkleur in vlucht het beste kenmerk. De roodschouderglansspreeuw Lamprotornis nitens is kleiner, helder blauwgroen glanzend met een geel oog en zonder licht vleugelpaneel. Ook de stem verschilt: de fluittoon van de vaalvleugelspreeuw klinkt schraler en minder vol dan die van de roodvleugelspreeuw.
Leefgebied
Kloven, rotswanden, kopjes en rotsachtige heuvels in halfwoestijn, Karoo en droge savanne, tot aan de rand van de Namibwoestijn; ook bij boerderijen, dammen en in dorpen in rotsachtig terrein. Eet vruchten van vijgen, bessen van onder meer Lycium en maretak, nectar van aloë's en insecten. Nestelt in rotsspleten en soms in gebouwen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het westen van het gebied: het zuidwesten van Angola (Namibe, Huíla), vrijwel heel Namibië behalve het noordoosten, plaatselijk het uiterste zuidwesten van Botswana en in Zuid-Afrika de Noord-Kaap en de westelijke en centrale Karoo. Buiten het gebied komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. apr–sep)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Jaarrond. Goede plekken zijn de Spitzkoppe, de Naukluft, de Fish River Canyon, Augrabies en het Richtersveld; zoek bij rotswanden en luister naar de fluittoon. In vlucht toont hij de lichte vleugelvlek al van ver. Waar het areaal aan dat van de roodvleugelspreeuw grenst, loont het om elke overvliegende Onychognathus op vleugelkleur en oogkleur te controleren.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; binnen zijn beperkte, grotendeels droge areaal vrij algemeen en stabiel. Profiteert plaatselijk van boerderijen, tuinen en boomgaarden, waar hij ook fruit eet.
Wetenschappelijke naam
Onychognathus nabouroup | (Daudin, 1800)
Daudin beschreef de soort in 1800 als Sturnus nabouroup; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Onychognathus werd in 1849 ingevoerd door Hartlaub. Onychognathus is samengesteld uit het Griekse onyx 'nagel, klauw' en gnathos 'kaak'. nabouroup is de Namaqua-naam voor deze spreeuw; Levaillant (1801) schreef dat hij de naam behield waarmee de Namaqua de vogel aanduidden. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kamiesberge, Namakwaland, Noord-Kaap, Zuid-Afrika.


