Alle soorten › Zangvogels › Wevers › Kuifprachtwever
Kuifprachtwever | Malimbus malimbicus
Crested Malimbe | Malimbo Crestado
De kuifprachtwever is een glanzend zwarte wever van het regenwoud met een rode kop en een korte, rode kuif. In het gebied komt hij alleen voor in het uiterste noorden van Angola, aan de zuidrand van het Guineo-Congolese woud.
Geluid
Droge, mechanische raspende tonen, een droog getjetter en ingewikkelde combinaties van beide; ook een schor tsjrrr en een kort tsjik als contactroep.
Opname: Matthew L. Brady — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
17–18 cm, gedrongen, met een zware, spitse, zwarte snavel. Het mannetje is glanzend zwart met een scharlakenrode kruin en achterhoofd, een korte, vaak plat liggende rode kuif die van opzij soms nauwelijks te zien is, en een rode keel en bovenborst; voorhoofd en een klein masker rond het oog zijn zwart, evenals de onderstaartdekveren. Het vrouwtje is als het mannetje, maar de kruin is zwart en het rood beperkt zich grotendeels tot de kin, keel en bovenborst. Jonge vogels zijn doffer, met bruinachtig rood of oranje op de kop.
Verwarringssoorten
De roodkopprachtwever (Malimbus rubricollis) is groter en heeft een zwarte keel en een zwart gezicht; het rood beperkt zich tot kruin, achterhoofd en halszijden. De fluweelwever (Ploceus nigerrimus) is bij het mannetje geheel zwart zonder rood, met een geel oog. De combinatie van rode keel, zwarte onderstaartdekveren en rode kruin met kuif sluit bij de mannetjes alle andere wevers in het gebied uit.
Leefgebied
Vochtig laagland- en heuvelwoud, bosranden, secundair bos, rivierbos en plantages met schaduwbomen en oliepalmen, soms tot in erven bij dorpen. Foerageert paarsgewijs of in kleine groepen op dikke takken en in klimplanten, vaak in gemengde groepen, en zoekt insecten in schors en bladeren. Het nest is een hangende bol met een lange ingangsbuis aan een tak of palmblad.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen in het noorden van Angola: in Cabinda en in de woudrestanten van Uíge, Cuanza Norte en het noorden van Bengo, zuidelijk tot ongeveer de omgeving van Luanda. Daarbuiten in het Guineo-Congolese woud van Sierra Leone en Guinee via Ghana, Nigeria en Kameroen tot Congo-Kinshasa en Oeganda.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het best in de bosranden en koffieplantages met schaduwbomen in Uíge en Cuanza Norte, in gemengde groepen van wevers, bulbuls en honingzuigers. Luister naar het droge, raspende gekwetter en zoek de rode kop op de dikkere takken; de kuif zie je meestal pas als de vogel opgewonden is.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd en in het Guineo-Congolese woud wijdverspreid. In Angola is de soort beperkt tot een kleine, sterk versnipperde strook woud en plantage, die onder druk staat door houtkap, akkerbouw en de teruggang van schaduwkoffie.
Wetenschappelijke naam
Malimbus malimbicus | (Daudin, 1802)
Daudin beschreef de soort in 1802 als Tanagra malimbica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Malimbus werd in 1805 ingevoerd door Vieillot. Malimbus is afgeleid van Malimba (Malimbe), een plaats aan de kust van het huidige Cabinda (Angola), waar de eerste exemplaren werden verzameld. malimbicus betekent 'van Malimba', naar Malimbe aan de kust van het huidige Cabinda (Angola), waar de eerste exemplaren werden verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Malimbe, Cabinda (Angola).

