Alle soorten › Toerakoachtigen › Toerako's › Lady Ross' toerako

Lady Ross' toerako | Tauraco rossae

Ross's Turaco | Turaco de Ross

De Lady Ross' toerako is een glanzend violetzwarte toerako met een rafelige karmijnrode kuif en een felgele snavel die als een schild op het voorhoofd doorloopt. In vlucht tonen de vleugels een groot karmijnrood veld.

Lady Ross' toerako (Tauraco rossae)
Foto: Giles Laurent — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, schor en kakelend kaw-kaw-kaw-kaw, dat versnelt en in een rollend gegrom overgaat; groepen roepen vaak in koor. Daarnaast een diep, grommend grrrow.

Luister: ZangXC1105383

Opname: Jonathan Onongo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 50 tot 54 cm, met een lange staart. Het hele verenkleed is diep violetblauw tot bijna zwart met een sterke glans. De snavel en het voorhoofdsschild zijn felgeel, de kale huid rond het oog eveneens geel. Op de kruin staat een dichte, rafelige kuif van karmijnrode veren. De handpennen zijn karmijnrood met een donkere rand en vormen in vlucht een opvallend rood venster. Man en vrouw zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer met een donkerdere snavel. Leeft in paren of luidruchtige familiegroepjes.

Verwarrings­soorten

Binnen het gebied geen andere donkere toerako met een geel voorhoofdsschild. De reuzentoerako (Corythaeola cristata) heeft ook een gele snavel, maar is veel groter, turkooisblauw met een zwarte kuif en zonder rood in de vleugel. De groene toerako's zijn groen met een groene kuif.

Leefgebied

Oeverbos en galerijbos langs rivieren, dichte bosschages in miombo, bosranden en moerasbos, ook tuinen en dorpen met vruchtbomen. Eet vooral vruchten, verder bladeren en bloemen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied in het noorden, midden en oosten van Angola en in het noorden en noordwesten van Zambia, zuidwaarts tot ongeveer het Bangweulumeer en de bovenloop van de Zambezi. Daarbuiten van Kameroen en de Centraal-Afrikaanse Republiek door Congo-Kinshasa tot Oeganda, het westen van Kenia, Rwanda, Burundi en het westen van Tanzania.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Zambia goed te vinden in het galerijbos van Kasanka en rond Mwinilunga, en in Angola langs de rivieren in het noorden en oosten. Het kakelende koor verraadt de groep; zoek dan naar het rode vleugelvenster wanneer de vogels van boom naar boom glijden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in het grootste deel van het areaal vrij algemeen. Plaatselijk bejaagd voor de veren, die in traditionele kleding worden gebruikt, en getroffen door het kappen van oeverbos.

Wetenschappelijke naam

Tauraco rossae | (Gould, 1852)

Gould beschreef de soort in 1852 als Musophaga Rossae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tauraco werd in 1779 ingevoerd door Kluk. Tauraco is een verlatinisering van 'touraco', een naam die de roep van de vogel nabootst en al in de achttiende eeuw in gebruik was bij Europese ontdekkingsreizigers in West-Afrika. rossae eert Lady Eliza Ross, echtgenote van Sir Patrick Ross, gouverneur van Sint-Helena (1846–1850); zij hield daar Afrikaanse vogels en bezorgde John Gould veren en een tekening van deze toerako. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Angola.