Alle soorten › Zangvogels › Klauwieren › Mackinnons klauwier
Mackinnons klauwier | Lanius mackinnoni
Mackinnon's Shrike | Alcaudón de Mackinnon
Mackinnons klauwier is een slanke, langstaartige klauwier van bosranden en open plekken in het Centraal-Afrikaanse hoogland, die in het gebied alleen in het noorden van Angola voorkomt. Hij lijkt op een grijze uitvoering van de gekraagde klauwieren en heeft zich goed aangepast aan tuinen, dorpen en akkers in voormalig bosgebied.
Geluid
Een raspende, scheldende tsjerr-tsjerr. De zang is een zachte, gevarieerde reeks fluittonen en krassende tonen, met imitaties van andere vogels.
Opname: Paweł Szymański — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
20–21 cm. Kruin, nek en mantel zijn leigrijs, met een smalle witte wenkbrauwstreep boven een brede zwarte maskerband. De schouderveren zijn wit en vormen een V op de rug. De vleugels zijn zwart, zonder witte handpenvlek. De staart is lang, zwart met witte randen en witte punten. De onderzijde is wit. Het vrouwtje heeft een kleine roestbruine vlek op de flanken. Jonge vogels zijn grijsbruin met dichte donkere bandering. Zit rechtop op een lage uitkijkpost en wipt met de staart.
Verwarringssoorten
De noordelijke gekraagde klauwier Lanius humeralis is zwart van boven, zonder witte wenkbrauwstreep, en heeft een witte vleugelvlek. De kleine klapekster Lanius minor heeft een kortere staart, een witte handpenvlek, een roze waas op de borst en bij adulten een zwart voorhoofd; hij komt niet in bosgebied voor. Souza's klauwier Lanius souzae is kleiner, met een bruine rug en roodbruine vleugels, en leeft in miombo.
Leefgebied
Bosranden, open plekken in bos, secundaire begroeiing en struikgewas, ook akkers, dorpen, tuinen en theeplantages in voormalig bosgebied, van laagland tot in de bergen. Jaagt vanaf een lage post op insecten op de grond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen in het noorden en noordwesten van Angola, in het hoogland met bos en open plekken. Daarbuiten van het Obudu-plateau in Nigeria en Kameroen via Gabon en Congo tot in het oosten van Congo-Kinshasa, Rwanda, Burundi, Oeganda, het westen van Kenia en het noordwesten van Tanzania.
Hoe en wanneer kijken
Jaarrond. Zoek langs bosranden, weggetjes en akkerranden in het hoogland van Noord-Angola naar een grijze klauwier met een witte wenkbrauw op een lage tak of paal. Hij is vrij tam en laat zich van dichtbij bekijken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; in grote delen van zijn verspreidingsgebied algemeen. De soort profiteert van het openbreken van bos, omdat hij in secundaire begroeiing en cultuurland goed gedijt.
Wetenschappelijke naam
Lanius mackinnoni | Sharpe, 1891
Sharpe beschreef de soort in 1891 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Lanius werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Lanius is Latijn voor 'slager', naar de gewoonte van klauwieren om prooien op doorns en prikkeldraad te spietsen. mackinnoni eert Archibald Donald Mackinnon, een Schotse arts en koloniaal bestuurder in Brits Oost-Afrika, van wie het eerste exemplaar afkomstig was. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kavirondo, West-Kenia.


