Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Madagaskarralreiger
Madagaskarralreiger | Ardeola idae
Malagasy Pond Heron | Garcilla Malgache
De Madagaskarralreiger broedt op Madagaskar en een paar omliggende eilanden en brengt de zuidelijke winter door op het Afrikaanse vasteland. In het gebied is hij een schaarse gast in de droge tijd, die gemakkelijk tussen ralreigers over het hoofd wordt gezien.
Geluid
In het overwinteringsgebied vrijwel stil. Bij opvliegen soms een schor, laag kraak, lager dan dat van de ralreiger.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
Ongeveer 47 cm, merkbaar groter en zwaarder dan de ralreiger, met een dikkere snavel en een steviger hals. In het kleed dat in het gebied wordt gezien zijn kop, hals en borst bleek bruingeel met brede, donker zwartbruine strepen, en is de rug donker bruin; de vleugels, stuit en staart zijn wit. De snavel is groenachtig tot geelachtig met een donkere punt en een donkere bovensnavel, de poten zijn groengeel. In broedkleed, dat vogels vlak voor vertrek kunnen tonen, is het hele verenkleed spierwit, met een azuurblauwe snavel met zwarte punt en rozerode poten. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Ralreiger Ardeola ralloides is kleiner en slanker, met een warmere, okergele kleur en fijnere strepen op kop en hals, en een slankere snavel. Koereiger Ardea ibis is in zit geheel wit, met een korte gele snavel; witte Madagaskarralreigers in broedkleed verschillen door de blauwe snavel. Mangrovereiger Butorides striata heeft in vlucht donkere vleugels.
Leefgebied
Oevers van rivieren, dammen, moerassen en lagunes met drijvende vegetatie en dichte oeverbegroeiing, ook schaduwrijke rivieroevers in bos en kleine poelen. Leeft solitair en jaagt staand of sluipend op kikkers, vissen, krabbetjes en insecten. Broedt uitsluitend op Madagaskar, Aldabra en Mayotte.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Schaarse maar regelmatige wintergast in Zambia, Malawi, Zimbabwe en Mozambique, vooral in de middengebieden van de Zambezi en het Malawimeer; zeldzaam in het noorden van Botswana en het noordoosten van Zuid-Afrika (Krugerpark en Limpopo) en als dwaalgast verder zuidwaarts. Daarbuiten overwintert hij in Tanzania, Kenia, Oeganda, Rwanda en het oosten van Congo-Kinshasa.
- Wintergast (ca. apr–sep)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek in de droge tijd, vooral van juni tot september, langs schaduwrijke rivieroevers en poelen in de Zambezivallei, de Luangwavallei en rond het Malawimeer. Bekijk elke ‘ralreiger’ die alleen en in een beschutte hoek zit: de grootte, de zware snavel en de donkere, grove strepen op hals en borst geven de doorslag.
Staat van instandhouding
Bedreigd volgens de IUCN. De populatie op Madagaskar neemt af door het omzetten van moerassen in rijstvelden, het rapen van eieren in de kolonies en concurrentie met de ralreiger. De soort is daardoor ook in het overwinteringsgebied schaarser geworden.
Wetenschappelijke naam
Ardeola idae | (Hartlaub, 1860)
Hartlaub beschreef de soort in 1860 als Ardea Idae; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ardeola werd in 1822 ingevoerd door Boie. Ardeola is Latijn, een verkleinwoord van ardea 'reiger', dus 'reigertje'. idae eert de Oostenrijkse reizigster en verzamelaarster Ida Laura Pfeiffer (1797–1858), die in 1857 Madagaskar bezocht. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit oostkust van Madagaskar.
