Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Mangrove-ijsvogel

Mangrove-ijsvogel | Halcyon senegaloides

Mangrove Kingfisher | Alción de Manglar

De mangrove-ijsvogel is een bosijsvogel van de Oost-Afrikaanse kust, met een grijze kop, een blauwe rug en staart en een geheel rode snavel. Hij broedt in kustbos en langs rivieren landinwaarts en trekt na de broedtijd naar mangroven en estuaria, tot ver in de Oost-Kaap.

Mangrove-ijsvogel (Halcyon senegaloides)
Foto: Stephen Temple from Cape Town, South Africa — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luide, hoge, afdalende reeks, tsji-tsji-tsji-tsjiiiirrr, harder en rauwer dan die van de Senegal-ijsvogel en eindigend in een triller; verder een droog tsjik als alarmroep. In het winterkwartier grotendeels stil.

Luister: ZangXC755902

Opname: isaac kilusu — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 23 cm. Kop en nek zijn donker grijsbruin, met zwarte teugels en een smalle witte streep boven het oog. Mantel en schouders zijn zwartachtig, de stuit, staart en vleugels helder turquoiseblauw, met zwarte handpennen. Keel en buik zijn wit, borst en flanken grijs, fijn gewaterd. De snavel is geheel helderrood, de poten zwartachtig. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met een bruinige snavel en fijne schubjes op de borst.

Verwarrings­soorten

De Senegal-ijsvogel (Halcyon senegalensis) heeft een rode bovensnavel en een zwarte ondersnavel, een lichtere blauwgrijze kop en een witte borst, en is een zomergast van bosveld. De bruinkapijsvogel (Halcyon albiventris) heeft een rode snavel met zwarte punt, een bruine kap en een gestreepte kruin. De grijskopijsvogel (Halcyon leucocephala) heeft een kastanjebruine buik.

Leefgebied

In de broedtijd (november–maart) kustbos, oeverbos langs rivieren en dicht bosveld tot enkele tientallen kilometers landinwaarts; buiten de broedtijd mangroven, estuaria, getijdenkreken en beboste lagunes. Zit laag op een tak en vangt krabben, garnalen, kleine vissen, insecten en hagedissen. Nestelt in een boomholte.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied langs de kustvlakte van Mozambique, vooral van de Zambezidelta naar het zuiden, en in Zuid-Afrika in KwaZoeloe-Natal en de Oost-Kaap, in de winter zuidwaarts tot ongeveer de Great Fish- en Keiskamma-estuaria. Zeldzaam landinwaarts langs de grote rivieren. Verder langs de Oost-Afrikaanse kust van Tanzania en Kenia tot in Somalië, en op Zanzibar.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best in de wintermaanden in de mangroven en estuaria van KwaZoeloe-Natal en de Oost-Kaap, bijvoorbeeld in de Mngazana-mangroven, bij Durban (Beachwood Mangroves) en bij Umlalazi. De vogel zit stil in de schaduw en valt pas op wanneer hij naar een krab op de modder duikt; in de broedtijd verraadt hij zich in kustbos met zijn luide roep.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd op de Rode Lijst, maar in Zuid-Afrika regionaal als bedreigd beschouwd door de kleine populatie en het verlies en de verstoring van mangroven en kustbos. Ook in Mozambique staan mangroven en kustbos onder druk door houtkap en bebouwing.

Wetenschappelijke naam

Halcyon senegaloides | Smith, 1834

Smith beschreef de soort in 1834 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Halcyon werd in 1821 ingevoerd door Swainson. Halcyon gaat terug op de Griekse alkyon, de vogel die volgens de overlevering op zee broedde en daarbij de golven tot rust bracht; de naam werd later algemeen voor ijsvogels gebruikt. senegaloides betekent 'lijkend op senegalensis' — naar de sterke gelijkenis met de Senegalijsvogel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Omgeving van Durban, Zuid-Afrika.