Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Senegal-ijsvogel

Senegal-ijsvogel | Halcyon senegalensis

Woodland Kingfisher | Alción Senegalés

De Senegal-ijsvogel is een helderblauwe boskoningsvogel die niet van vis afhankelijk is maar vanaf een uitkijkpost insecten en hagedissen van de grond pakt. Zijn luide, afdalende tril is in het bosveld van de noordoostelijke helft van het gebied hét geluid van de regentijd.

Senegal-ijsvogel (Halcyon senegalensis)
Foto: Jakob Horz — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, doordringend tsjip-trrrrrrrrrrr, een scherpe inzet gevolgd door een lange, afdalende tril, vaak onvermoeibaar herhaald en in de broedtijd de hele dag te horen. Tijdens de balts spreidt de vogel op zijn tak de vleugels en draait hij heen en weer, zodat het zwart-witte ondervleugelpatroon oplicht.

Luister: ZangXC1105392

Opname: Jonathan Onongo — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 23 cm, met een grote kop en een zware dolkvormige snavel waarvan de bovensnavel rood en de ondersnavel zwart is. Kop en borst zijn lichtgrijs met een blauwe waas, rug, stuit, staart en vleugelpennen stralend hemelsblauw, de schouders en de binnenkant van de vleugels zwart. Een korte zwarte streep loopt van de snavelbasis tot net achter het oog. Poten rood. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, hebben fijne donkere golfjes op de borst en een donkerdere snavel met oranje basis.

Verwarrings­soorten

De mangrove-ijsvogel (Halcyon senegaloides) heeft een geheel rode snavel, een grijzere kop en een donkerdere rug, en is in het gebied vooral een wintergast langs de kust van Oost-Kaap tot Mozambique. De teugelijsvogel (Halcyon malimbica), in het noorden van Angola en het noordwesten van Zambia, is groter, heeft een blauwe borstband en een zwarte teugel tot aan de snavel. De grijskopijsvogel (Halcyon leucocephala) heeft een kastanjebruine buik en een zwarte mantel.

Leefgebied

Open bosveld met hoge bomen, vooral langs rivieren en in mopane- en gemengd bosveld, verder parken en boomgaarden met hoge bomen. Jaagt vanaf een lage tot middelhoge tak op sprinkhanen, kevers en kleine hagedissen op de grond. Broedt in boomholtes, vaak in oude nesten van spechten of baardvogels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Broedvogel in het noorden en oosten van het gebied: het noordoosten van Zuid-Afrika (Limpopo, laagveld van Mpumalanga, noordelijk KwaZulu-Natal), Eswatini, Mozambique, Zimbabwe, het noorden en oosten van Botswana, het noorden van Namibië, Zambia, Malawi en Angola. Overwintert in de natte tropen van Centraal-Afrika. Daarbuiten ook in West- en Oost-Afrika tot Ethiopië, waar een deel van de populatie standvogel is.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vanaf half november in het laagveld van Kruger of de Okavangodelta: de roep verraadt de vogel, die vaak zichtbaar op een kale tak aan de bosrand zit. Let bij doortrekkers in oktober en april op onverwachte plekken, zoals tuinen buiten het broedgebied. Jonge vogels met donkere snavel worden gemakkelijk voor een andere soort gehouden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in geschikt bosveld algemeen. Kappen van oude bomen met holtes beperkt plaatselijk de nestgelegenheid, en in het zuiden van het areaal bepaalt het regenpatroon hoe vroeg en in welke aantallen de vogels aankomen.

Wetenschappelijke naam

Halcyon senegalensis | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Alcedo senegalensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Halcyon werd in 1821 ingevoerd door Swainson. Halcyon gaat terug op de Griekse alkyon, de vogel die volgens de overlevering op zee broedde en daarbij de golven tot rust bracht; de naam werd later algemeen voor ijsvogels gebruikt. senegalensis betekent 'uit Senegal', waar het eerste exemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.