Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Maskarenenzwaluw

Maskarenenzwaluw | Phedina borbonica

Mascarene Martin | Golondrina de las Mascareñas

De Maskarenenzwaluw is een gedrongen, zwaar gestreepte oeverzwaluw van Madagaskar en de Maskarenen. De Malagassische vogels trekken buiten de broedtijd naar het Afrikaanse vasteland, waar ze in het gebied een zeldzame en onregelmatige wintergast zijn.

Maskarenenzwaluw (Phedina borbonica)
Foto: Wouter Van Landuyt — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Tamelijk stil buiten de broedtijd. Roept een zacht tsjip of tsjiep; de zang is een eenvoudig, zacht gekwetter.

Luister: ZangXC622777

Opname: Ken Behrens — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm; stevig gebouwd, met brede vleugels en een korte, recht afgesneden tot licht ingekeepte staart. Bovenzijde grijsbruin, kop iets donkerder. Keel, borst en flanken vuilwit met zware donkerbruine lengtestrepen; buik en onderstaartdekveren witter en nauwelijks gestreept. Ondervleugel donker grijsbruin. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben lichte randjes aan de bovendelen. De vlucht is traag en zwaar, met veel glijden, en doet eerder aan een kleine gierzwaluw dan aan een oeverzwaluw denken.

Verwarrings­soorten

De vale oeverzwaluw Riparia paludicola is kleiner, met een egaal bruine, ongestreepte keel en borst en een ingekeepte staart. De oeverzwaluw Riparia riparia heeft een witte keel en een scherpe bruine borstband. De witbrauwzwaluw Neophedina cincta is groter, met een bruine borstband, een wit wenkbrauwvlekje en witte ondervleugeldekveren. De Kaapse rotszwaluw Ptyonoprogne fuligula is ongestreept, met witte vlekjes in de staart. De Brazza's zwaluw Phedinopsis brazzae is ook gestreept, maar kleiner en komt alleen in het noorden van Angola voor.

Leefgebied

In het overwinteringsgebied boven open plekken in (kust)miombo en bosland, boven rivieren, oeverbos en overstromingsvlakten, vaak samen met andere zwaluwen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied een onregelmatige wintergast, bijna alleen van juni tot augustus: in 1968 in grote aantallen in het midden van Mozambique, eerder (1944) in honderden in Malawi, en sinds 2002 in kleine aantallen bij Crooke's Corner (Pafuri) in het noorden van het Krugerpark. De ondersoort madagascariensis broedt op Madagaskar en overwintert aan de oostkust van Afrika tot in Kenia en op Pemba; de nominaatvorm is standvogel op Réunion en Mauritius.

  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Controleer in de wintermaanden zwaluwgroepen boven de Limpopo en de Luvuvhu bij Crooke's Corner en Pafuri in het noorden van het Krugerpark. Let op een gedrongen, bruine zwaluw met een zwaar gestreepte onderzijde en een trage, glijdende vlucht.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Op het vasteland schaars en onregelmatig; de aantallen in het gebied hangen af van de trek vanuit Madagaskar.

Wetenschappelijke naam

Phedina borbonica | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Hirundo borbonica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phedina werd in 1857 ingevoerd door Bonaparte. Phedina is gevormd uit het Griekse phaios, 'bruin', en het Italiaanse rondine, 'zwaluw' — naar het bruine verenkleed. borbonica verwijst naar het Île Bourbon, de oude Franse naam van Réunion. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mascarenen (Île Bourbon; Réunion of Mauritius).