Alle soorten › Spechtachtigen › Afrikaanse baardvogels › Olijfkleurige baardvogel

Olijfkleurige baardvogel | Cryptolybia olivacea

Green Barbet | Barbudo Oliváceo

De olijfkleurige baardvogel is een onopvallend groene bosbaardvogel met een paar sterk versnipperde populaties in het gebied, waarvan die in het Ngoye-woud in KwaZulu-Natal de bekendste is. Zijn eindeloos herhaalde klokkende roep is vaak het enige teken van aanwezigheid.

Olijfkleurige baardvogel (Cryptolybia olivacea)
Foto: Derek Keats from Johannesburg, South Africa — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange, gelijkmatige reeks holle klokkende tonen, tjok-tjok-tjok-tjok, soms minutenlang volgehouden uit het bladerdak; paren roepen vaak tegelijk. Verder een ratelend krrr bij onrust.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

Ongeveer 17 cm, gedrongen, met een zware zwarte snavel. Het verenkleed is egaal olijfgroen, op de onderdelen iets geler en lichter. De kop is donkerder: bij de vorm in Ngoye (woodwardi) donker olijfbruin met een gele oorvlek, bij de vormen in Malawi en Mozambique donkerbruin tot zwartachtig zonder duidelijke oorvlek. Oog rood tot bruin. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De witoorbaardvogel (Stactolaema leucotis) is donkerbruin met een witte streep achter het oog en een witte buik. De geelstuitketellapper (Pogoniulus bilineatus) is veel kleiner, zwart met gele strepen in het gezicht en een gele stuit. Gelijk van kleur is eerder de vale buulbuul (Andropadus importunus), maar die heeft een slanke snavel en een witachtig oog.

Leefgebied

Het bladerdak van vochtig inheems bos: kust- en laaglandbos in KwaZulu-Natal en montaan en submontaan bos in Malawi en Mozambique. Eet vooral vruchten, vooral vijgen, aangevuld met insecten. Broedt in een zelfgehakte holte in dood hout hoog in een boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied beperkt tot enkele geïsoleerde bosgebieden: het Ngoye-woud in KwaZulu-Natal (ras woodwardi, ook in het zuidoosten van Tanzania), het Misuku-gebergte in het noorden van Malawi, en de bergen Thyolo in Malawi en Namuli en Chiperone in Mozambique (ras belcheri). Daarbuiten in kust- en bergbossen van Kenia en Tanzania.

  • Jaarrond
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Zuid-Afrika is het Ngoye-woud bij Eshowe de enige plek: ga er met een lokale gids heen en luister naar de klokkende roep in de kruinen van vruchtdragende bomen. De vogel zit vaak onbeweeglijk tussen het blad; een telescoop helpt om hem tussen het groen terug te vinden.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar de afzonderlijke populaties in het gebied zijn klein en geheel afhankelijk van beschermde bosresten. De Ngoye-populatie telt naar schatting slechts enkele honderden vogels en is kwetsbaar voor houtkap en bosbrand; de bossen van Thyolo en Namuli krimpen door ontginning.

Wetenschappelijke naam

Cryptolybia olivacea | (Shelley, 1880)

Shelley beschreef de soort in 1880 als Barbatula olivacea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cryptolybia werd in 1979 ingevoerd door Clancey. Cryptolybia komt van het Griekse kryptos, 'verborgen', en de geslachtsnaam Lybius — vermoedelijk naar het onopvallende, olijfgroene verenkleed van deze baardvogel. olivacea is Latijn voor 'olijfkleurig' — naar het egaal olijfgroene verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Rabai, bij Mombasa, Kenia.