Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Purperreiger

Purperreiger | Ardea purpurea

Purple Heron | Garza Imperial

De purperreiger is een slanke, donkere reiger van dichte rietvelden en papyrusmoerassen, die veel schuwer en verborgener leeft dan de blauwe reiger. Met zijn dunne, slangachtige hals en roestkleurige tekening gaat hij tussen het riet vaak volledig op in de achtergrond.

Purperreiger (Ardea purpurea)
Foto: José Prego from Moura, Portugal — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een schor, iets hoger en dunner kraak of fraank dan bij de blauwe reiger, vooral bij het opvliegen; in de kolonie diverse grommende geluiden.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC1178246

Opname: Valentin Toussaert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 84 cm, slank met een lange, dunne hals en een lange, spitse geelbruine snavel. Kop en hals zijn roestbruin, met een zwarte kruin en een zwarte streep langs de zijkant van kop en hals; de voorhals is gestreept. De rug is donker leigrijs met roestkleurige sierveren, borst en buik zijn diep kastanjebruin en zwart. De poten zijn geelbruin met zeer lange tenen. Jonge vogels zijn egaler zandbruin zonder zwarte halsstrepen. In de vlucht is de ingetrokken hals als een hoekige bult onder het lichaam zichtbaar en steken de grote voeten ver uit.

Verwarrings­soorten

De Goliathreiger Ardea goliath is veel groter en zwaarder, heeft geen zwarte kruin of halsstrepen, een zware donkere snavel en zwarte poten. De blauwe reiger Ardea cinerea is grijs en wit en mist het roestbruin. Jonge purperreigers kunnen op de roerdomp Botaurus stellaris lijken, maar zijn slanker en hebben een langere hals en snavel.

Leefgebied

Dichte rietvelden, lisdodde- en papyrusmoerassen, begroeide randen van meren, dammen en rivieren; zelden op open oevers. Staat lang roerloos of sluipt langzaam tussen de vegetatie en jaagt op vissen, kikkers en insecten. Broedt in kleine, losse kolonies in het riet, vaak laag boven het water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Plaatselijk in geschikte moerassen door het hele gebied, het meest in het noorden en oosten: Angola, Zambia, Malawi, Mozambique, Zimbabwe, het noorden van Botswana (Okavango) en de Caprivi. In Zuid-Afrika vooral in het oosten en het Hoogveld, met een kleinere populatie in de West-Kaap; ontbreekt grotendeels in de droge Karoo en in het binnenland van Namibië. Verder in Afrika ten zuiden van de Sahara, op Madagaskar en in gematigd en tropisch Eurazië tot Zuidoost-Azië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te zien bij zonsopkomst en -ondergang, wanneer de vogel boven het riet vliegt of aan de rand van een rietkraag verschijnt. Een boottocht door de Okavango of langs rietrijke dammen levert vaak goede waarnemingen op. Let in de vlucht op de hoekige halsbult.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Kwetsbaar voor het verdwijnen en verstoren van rietmoerassen en voor het afbranden van riet in het broedseizoen; plaatselijk achteruitgegaan.

Wetenschappelijke naam

Ardea purpurea | Linnaeus, 1766

Linnaeus beschreef de soort in 1766 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ardea werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Ardea is het Latijnse woord voor 'reiger'. purpurea is Latijn voor 'purperkleurig', naar het roodbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Frankrijk.