Alle soorten › Valkachtigen › Valken › Roodkopsmelleken

Roodkopsmelleken | Falco chicquera

Red-Necked Falcon | Alcotán Turumti

Het roodkopsmelleken is een snelle, compacte vogeljager van droge savannes en palmgebieden, met een kastanjebruine kruin en nek die hem van alle andere valken in het gebied onderscheidt. De Afrikaanse populatie wordt door sommige auteurs als aparte soort van de Indiase beschouwd.

Roodkopsmelleken (Falco chicquera)
Foto: Yathin S Krishnappa — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een schel, snel kie-kie-kie-kie en, rond het nest, een hoog, klagend tsjiep.

Luister: RoepXC989354

Opname: Julien Birard — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 32 cm; het vrouwtje is duidelijk groter dan het mannetje. De kruin en nek zijn warm kastanjebruin, met een smalle zwarte baardstreep en een zwarte streep door het oog tegen witte wangen en keel. De bovendelen zijn bleek blauwgrijs met fijne zwarte bandering, de staart grijs met smalle banden en een brede zwarte eindband. Een roodbruine band loopt over de bovenborst; de rest van de onderdelen is wit met fijne zwarte dwarsbandering. Washuid, oogring en poten zijn geel. De jonge vogel heeft een donkerbruine kop en roodbruin getinte, gebandeerde onderdelen.

Verwarrings­soorten

De lannervalk (Falco biarmicus) heeft ook een roodbruine kruin, maar is veel groter, met ongebandeerde, bleek roze-beige onderdelen en een donkerdere, bruingrijze rug. De Taitavalk (Falco fasciinucha) is gedrongener, met een donkere kruin, alleen roodbruine nekvlekken en roodbruine onderdelen. De Afrikaanse dwergvalk (Polihierax semitorquatus) is veel kleiner, zonder baardstreep.

Leefgebied

Droge open savanne en Kalahari-doornveld met verspreide kameeldoorns, palmsavanne (Borassus en Hyphaene) langs rivieren en pannen, en mopaneveld. Jaagt in snelle, lage vlucht, vaak in paren samenwerkend, op kleine vogels zoals roodbekwevers, mussen, tortels en zandhoenders, vooral bij drinkplaatsen. Broedt in de kroon van een palm of in een oud nest van een kraai in een kameeldoorn.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied in Namibië, Botswana, het noorden van Zuid-Afrika (Noord-Kaap, Noordwest en Limpopo), het westen en noorden van Zimbabwe, Zambia en het zuiden van Angola; schaars en plaatselijk in Mozambique en Malawi. Daarbuiten verspreid over de droge savannes van Afrika bezuiden de Sahara en, in de ruime opvatting van de soort, in India.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Wacht in de Kalahari (bijvoorbeeld in Kgalagadi) of in de Etosha-vlakte bij een drinkplaats waar grote groepen roodbekwevers en tortels komen drinken; paren roodkopsmellekens jagen er vaak in de vroege ochtend. In het noorden zoeken tussen Hyphaene-palmen.

Staat van instandhouding

Gevoelig op de Rode Lijst, voor de soort inclusief de Indiase populatie, door achteruitgang in delen van het areaal. In zuidelijk Afrika vrij schaars maar plaatselijk stabiel; het kappen van palmen en grote kameeldoorns en het vergiftigen van roodbekwevers kunnen van invloed zijn.

Wetenschappelijke naam

Falco chicquera | Daudin, 1800

Daudin beschreef de soort in 1800 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Falco werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Falco is het Latijnse woord voor 'valk', mogelijk verwant aan falx, 'sikkel', naar de gebogen vorm van klauwen of vleugels. chicquera gaat terug op 'Le Chicquera' van Levaillant, naar een plaatselijke naam die hij in Chandernagore (Bengalen) voor deze valk opving; die naam sloeg vermoedelijk eigenlijk op de shikra. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Bengalen, India.