Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Roodkruinzwaluw

Roodkruinzwaluw | Hirundo smithii

Wire-Tailed Swallow | Golondrina Colilarga

De roodkruinzwaluw is een kleine, helder blauw-witte zwaluw met een roodbruine kruin en twee draaddunne staartspelden. Hij is een standvogel van rivieren en dammen in het warme noorden en oosten van het gebied en broedt graag onder bruggen.

Roodkruinzwaluw (Hirundo smithii)
Foto: Chris Eason from London — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, herhaald tsjik-tsjik of tsjirrik, en een kwetterende, twitterende zang, vaak vanaf een draad of een tak boven water.

Luister: ZangXC337855

Opname: Bram Piot — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13–17 cm inclusief de staartdraden. De bovendelen zijn glanzend donker staalblauw, de kruin en het voorhoofd helder roodbruin. De onderzijde is stralend wit, met een smalle blauwzwarte band over de onderstaartdekveren, die in de vlucht als een donkere onderstaart opvalt. De staart is vrijwel recht afgesneden, met een rij witte vlekken, en de buitenste pennen lopen uit in zeer dunne, lange draden die bij het vrouwtje korter zijn. De ondervleugeldekveren zijn wit. Jonge vogels zijn doffer, met een bruine kruin en zonder draden. De vlucht is zeer snel en wendbaar, laag over water.

Verwarrings­soorten

De parelborstzwaluw Hirundo dimidiata heeft een blauwe kruin, geen staartdraden en geen witte staartvlekken. De witkeelzwaluw Hirundo albigularis heeft alleen een roodbruin voorhoofd, een blauwe kruin en een duidelijke zwarte borstband. De boerenzwaluw Hirundo rustica heeft een roodbruine keel en een zwarte borstband, en bredere staartspelden. De grijsstuitzwaluw Pseudhirundo griseopyga heeft een grijsbruine kruin en een grijze stuit. Zonder zichtbare draden zijn de roodbruine kruin en de witte onderzijde met een donkere onderstaartband beslissend.

Leefgebied

Rivieren, beken, dammen, meren en irrigatiekanalen in savanne en bosveld, vaak ook in dorpen en kampen bij water. Bouwt een open modderen nestschaal tegen een verticale wand onder een overhang, zoals onder bruggen, in duikers, op pijlers, op rotswanden en aan gebouwen dicht bij water. Jaagt laag boven het water op kleine vliegende insecten en zit graag op dode takken en draden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het warmere noorden en oosten van het gebied: Angola, Zambia, Malawi, Mozambique, Zimbabwe, noordelijk Botswana (Okavango, Chobe, Limpopo-vallei), het noorden van Namibië (Kunene, Kavango en Zambezi-regio) en in Zuid-Afrika in Limpopo, Mpumalanga, het oosten van Noordwest, KwaZulu-Natal en langs de Oranje in de Noord-Kaap; heeft zich naar het zuiden uitgebreid tot in de Oost-Kaap. Buiten het gebied in grote delen van Afrika ten zuiden van de Sahara en in Zuid- en Zuidoost-Azië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Controleer lage bruggen over rivieren in het Krugerpark, langs de Zambezi of in de Okavango; paren zitten vaak op de brugleuning of een draad vlakbij. De staartdraden zijn in de vlucht nauwelijks zichtbaar; let op de roodbruine kap en de stralend witte onderzijde.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en algemeen. Heeft geprofiteerd van bruggen, dammen en gebouwen bij water, waardoor het areaal in Zuid-Afrika zuidwaarts is uitgebreid.

Wetenschappelijke naam

Hirundo smithii | Leach, 1818

Leach beschreef de soort in 1818 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Hirundo werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Hirundo is het gewone Latijnse woord voor 'zwaluw'. smithii eert de Noorse botanicus en arts Christen Smith (1785–1816), die tijdens de Britse Kongo-expeditie onder James Tuckey om het leven kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit eiland Chisalla in de Kongorivier.