Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Parelborstzwaluw
Parelborstzwaluw | Hirundo dimidiata
Pearl-Breasted Swallow | Golondrina Perlada
De parelborstzwaluw is een kleine, sobere zwaluw, glanzend blauwzwart van boven en geheel wit van onderen, zonder borstband, roodbruine vlekken of lange staartspelden. Hij is overal vrij schaars en wordt door zijn eenvoud gemakkelijk over het hoofd gezien.
Geluid
Weinig vocaal; een zacht, hoog tsjip of tsjiep en een fijn, droog gekwetter in de vlucht.
Opname: Tim Cockcroft — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
14 cm, klein en slank, met een matig gevorkte staart zonder staartspelden en zonder witte staartvlekken. Kruin, rug, stuit en wangen zijn glanzend staalblauw; de blauwe kap reikt tot onder het oog. De keel en de hele onderzijde zijn zuiver wit, soms met een zweem grijs op de borstzijden; de ondervleugeldekveren zijn wit tot lichtgrijs. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer bruinzwart van boven. De vlucht is licht en snel, met veel korte zwenkingen, vaak laag.
Verwarringssoorten
De witkeelzwaluw Hirundo albigularis heeft een roodbruin voorhoofd, een zwarte borstband en witte staartvlekken. De roodkruinzwaluw Hirundo smithii heeft een roodbruine kruin, dunne draadvormige staartspelden en witte staartvlekken. De grijsstuitzwaluw Pseudhirundo griseopyga heeft een grijsbruine kruin, een lichtgrijze stuit en een diepere staartvork. De huiszwaluw Delichon urbicum heeft een witte stuit. Jonge boerenzwaluwen Hirundo rustica hebben een donkere borstband en een roomkleurige keel.
Leefgebied
Open bosveld, savanne, grasland met verspreide bomen en landbouwgebied, vaak rond boerderijen, droge rivierbeddingen en dammen; in het westen ook in halfwoestijn. Broedt in schuren, onder dakranden, in putten, mijnschachten, duikers en onder bruggen, en in aardvarkenholen, waar hij een open modderen nestschaal bouwt. Jaagt vaak laag over open grond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Verspreid maar ongelijk over het gebied: Zuid-Afrika (vooral het binnenland, van de West-Kaap tot Limpopo), Lesotho, Eswatini, Namibië (vooral het centrum en noorden), Botswana, Zimbabwe, Zambia, Malawi, Angola en het westen van Mozambique. Vogels uit het zuiden en zuidwesten trekken in de winter (mei–augustus) grotendeels naar het noorden. Buiten het gebied in het zuiden van Congo-Kinshasa en het zuidwesten van Tanzania.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek bij boerderijen, putten en bruggen in open bosveld; de vogel zit graag op draden en takken, waar de volledig witte onderzijde zonder borstband en de staart zonder spelden en witte vlekken goed te zien zijn. In de West-Kaap vooral van september tot april.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, maar overal vrij schaars. Heeft plaatselijk geprofiteerd van gebouwen en duikers als broedplaats; afname van insecten door landbouwgif kan een rol spelen.
Wetenschappelijke naam
Hirundo dimidiata | Sundevall, 1850
Sundevall beschreef de soort in 1850 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Hirundo werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Hirundo is het gewone Latijnse woord voor 'zwaluw'. dimidiata is Latijn voor 'gehalveerd, in tweeën gedeeld' — vermoedelijk naar de scherpe scheiding tussen donkere bovendelen en witte onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Leroma, voormalig Transvaal, Zuid-Afrika.


