Alle soorten › Muisvogelachtigen › Muisvogels › Roodwangmuisvogel

Roodwangmuisvogel | Urocolius indicus

Red-Faced Mousebird | Pájaro Ratón Carirrojo

De roodwangmuisvogel is de slankste en snelste van de muisvogels in het gebied: een grijsgroene vogel met een kaal rood gezicht, een lange naaldvormige staart en een heldere fluittoon. Kleine groepjes vliegen snel en recht, hoog over het bosveld, en zijn daardoor minder gebonden aan dicht struweel dan de andere soorten.

Roodwangmuisvogel (Urocolius indicus)
Foto: Steve Slater — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een helder, dalend fluitje in drie lettergrepen, tsjie-wie-wie of tii-wi-wi, vaak in de vlucht gegeven en door de groepsleden beantwoord; het is een van de karakteristieke geluiden van het bosveld. Bij onrust een scherper tsjik.

Luister: RoepXC1166428

Opname: African Bioacoustics Community — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

32–36 cm, waarvan de staart ruim twee derde uitmaakt. Kop, borst en rug zijn zacht blauwig grijs met een groenachtige zweem, de buik bleek beige; de stuit is blauwgrijs, de kuif kort en stomp. Het gezicht rond het oog is kaal en helder karmijnrood en loopt door tot aan de snavelbasis; de snavel zelf is rood met een zwarte punt, de poten dofrood. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels hebben een groenige, niet rode gezichtshuid en een groenige snavel. De vlucht is snel, direct en valkachtig, met snelle slagen van de korte vleugels en de staart als een rechte spies erachter; anders dan bij de andere muisvogels wordt er zelden tussen struiken gezweefd.

Verwarrings­soorten

De gestreepte muisvogel Colius striatus is donker bruingrijs met fijne streping, een donker masker, een zwart-witte snavel en donkere poten, en vliegt zwak zoemend van struik naar struik. De witrugmuisvogel Colius colius is lichter grijs met een witte rugstreep die in de vlucht opvalt, een kastanjebruine stuit, een blauwwitte snavel en een grijs gezicht zonder kale rode huid. Alleen de roodwangmuisvogel heeft het kale rode gezicht en de heldere fluitroep.

Leefgebied

Droog bosveld, doornveld, oeverbos, mopaneveld, boomgaarden en tuinen, ook de randen van woestijnrivieren in het westen. Eet vruchten, bessen, bladeren, bloemen en nectar, en komt bij vruchtdragende vijgen en besstruiken in groepen samen. Drinkt minder vaak dan andere muisvogels. Slaapt in trossen in dicht struweel en zont op kale takken in de ochtendzon.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Het wijdst verspreide muisvogel van het gebied: vrijwel overal behalve in de Namib en de natste bossen, van de Oost-Kaap en het noordelijk deel van de Westkaap door de Karoo, KwaZulu-Natal, Eswatini, Lesotho (plaatselijk), het hele noorden van Zuid-Afrika, Namibië, Botswana en Zimbabwe tot in Mozambique, Zambia, Malawi en zuidelijk Angola. Verder noordwaarts in oostelijk Afrika tot in Tanzania en het zuiden van Congo-Kinshasa.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Luister in het bosveld naar het dalende fluitje boven de boomtoppen en volg het groepje met de verrekijker: de vogels landen vaak op de top van een boom of struik, waar het rode gezicht in de zon te zien is. Een vruchtdragende vijg of een besstruik bij een kampterrein is een goede post om ze van dichtbij te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en algemeen. Profiteert net als de andere muisvogels van tuinen en fruitteelt, en wordt daar plaatselijk als plaag bestreden. Geen aanwijzingen voor afnames.

Wetenschappelijke naam

Urocolius indicus | (Latham, 1790)

Latham beschreef de soort in 1790 als Colius indicus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Urocolius werd in 1854 ingevoerd door Bonaparte. Urocolius komt van het Griekse oura, 'staart', en het geslacht Colius — naar de zeer lange staart van deze muisvogels. indicus is Latijn voor 'Indisch' — berust op een vergissing: de typelocatie werd ten onrechte in India gezocht, terwijl de soort alleen in Afrika voorkomt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Gamtoosrivier, Kaapprovincie (oorspronkelijk abusievelijk 'India').